Nilsson, M., Hardell, L.
Deze analyse onderzocht of het aantal personen gediagnosticeerd met slaapstoornissen in Zweden tussen 2001 en 2024 gestegen is en of deze evolutie in verband zou kunnen gebracht worden met de stijgende blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV’s) (mobiele telefoons, wifi, 3G-/4G-/5G-netwerken).
De onderzoekers hebben de gegevens uit het nationaal register van Zweedse patiënten gebruikt, met daarin het aantal personen die met slaapstoornissen gediagnosticeerd zijn, inclusief zogenaamde ‘anorganische’ slaapstoornissen, dat wil zeggen stoornissen zonder detecteerbare medische organische oorzaak die meer geassocieerd worden met psychologische of gedragsfactoren. Met behulp van die gegevens hebben ze de tendensen van de diagnoses van slaapstoornissen per geslacht en leeftijdscategorieën tussen 2001 en 2024 beschreven. Het is enkel in hun bespreking dat de onderzoekers die tendensen weer een plaats hebben gegeven binnen de context van een stijgende blootstelling aan draadloze technologieën door zich te baseren op de gedocumenteerde evolutie van de uitrol van de mobiele netwerken (3G, 4G, 5G), wifi en op de belangrijke stijging van het gebruik van smartphones door de bevolking. Ter ondersteuning citeren ze hun eigen voorgaande studie, een persbericht en een officieel verslag (van bronnen die de werkelijke blootstelling aan RF-EMV's niet meten). Deze analyse is dus gebaseerd op een algemene vergelijking van tendensen: geen enkele deelnemer is individueel gevolgd en er werd geen enkele rechtstreekse meting van de blootstelling aan RF-EMV's uitgevoerd.
De resultaten tonen sinds 2001 een grote en voortdurende stijging van het aantal diagnoses van slaapstoornissen in alle leeftijdscategorieën met een opvallend uitgesproken stijging bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen. Bij de 5- tot 19-jarigen is het aantal diagnoses tussen 2001 en 2024 bijvoorbeeld vermenigvuldigd met ongeveer 17, met een versnelling van de stijging na 2009. De diagnoses werden over het algemeen iets vaker bij jongens jonger dan 5 jaar en bij mannen gesteld. De onderzoekers erkennen zelf, zonder cijfers te verschaffen, dat de ‘anorganische’ slaapstoornissen over het algemeen stabiel zijn gebleven en duidelijk minder frequent voorkomen dan de organische slaapstoornissen.
De onderzoekers benadrukken dat uit die resultaten geen oorzakelijk verband kan getrokken worden, maar dat ze nuttig zijn om de volgende hypothese uit te brengen: de stijging van slaapstoornissen zou kunnen gelijk lopen met de stijgende blootstelling aan RF-EMV's en het stijgende gebruik van nieuwe technologieën, met name schermen (telefoons, computers, enz.).
Deze analyse bevat verschillende belangrijke beperkingen. Het gaat om een beschrijvende studie gebaseerd op gegevens uit een register. De onderzoekers hebben de evolutie van de diagnoses in de tijd geobserveerd, zonder rekening te houden met verschillende individuele factoren die ook aan de basis zouden kunnen liggen van de slaapstoornissen (bijv. angst, ziektes, enz.). Bovendien zouden het gebruik van schermen en de bekeken inhoud ook verantwoordelijk kunnen zijn voor die slaapstoornissen, onafhankelijk van de blootstelling aan RF-EMV's tijdens het gebruik ervan. De niveaus van blootstelling aan RF-EMV's werden niet objectief op individueel vlak beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is om te weten of de personen met de diagnose diegenen zijn die het meest blootgesteld zijn.
Dankzij dat type analyse kunnen dus tendensen geïdentificeerd worden en hypothesen geformuleerd, maar het is niet mogelijk om een oorzakelijk verband te trekken. De onderzoekers zelf herinneren eraan dat studies die exact de individuele blootstelling aan RF-EMV's meten of een biologisch mechanisme blootleggen, nodig blijven.