Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
In deze studie bestudeerden de onderzoekers de potentiële effecten van de pre- en postnatale blootstelling aan niet-gemoduleerde radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) van 900 MHz op de neurologische ontwikkeling (ontwikkeling van het zenuwstelsel en met name van de hersenen) bij knaagdieren. Een niet-gemoduleerd signaal vervoert geen informatie, in tegenstelling tot communicatiesignalen zoals die voor telefonie.
Studie met ratten:
De onderzoekers hebben 3 groepen samengesteld met drachtige vrouwelijke ratten en hun jongen na de geboorte:
Merk op dat de SAR gebruikt voor deze studie overeenstemmen met de grenswaarden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection : 0,08 W/kg voor de algemene bevolking en 0,4 W/kg voor professionals.
De blootstelling begon op de 8e dag van de dracht van het moederdier, tijdens de ontwikkeling in utero van de jongen, en duurde tot de 17e dag na de geboorte. Acht en zeventien dagen na de geboorte werden willekeurig twee van de jongen geselecteerd (1 mannetje en 1 wijfje). De hersencellen van beide dieren werden verzameld en bestudeerd.
Onderzoek met cellen:
Om informatie te verkrijgen over de werkingsmechanismen achter de potentiële effecten van RF-EMV, bestudeerden de onderzoekers stamcellen van het zenuwstelsel die werden verzameld bij jonge muizen van 0 tot 5 dagen.
Stamcellen van het zenuwstelsel zijn niet-gespecialiseerde cellen die kunnen differentiëren in verschillende soorten gespecialiseerde cellen, zoals neuronen en diverse hersencellen. De stamcellen werden gedurende 3 of 7 dagen in vitro (laboratorium) blootgesteld aan RF-EMV van 0,08 W/kg.
Zoals hierboven vermeld, hebben de onderzoekers de specifieke absorptiesnelheid (SAR) gespecificeerd die in elk van de experimenten is gebruikt: 0,08 W/kg en 0,4 W/kg. De SAR is de eenheid voor de hoeveelheid radiofrequente energie die het lichaam absorbeert tijdens blootstelling aan RF-EMV. Merk op dat het voor de studie met ratten om de SAR van het moederdier gaat, niet van de foetussen (jongen). Een berekening van de foetale SAR zou nauwkeurigere informatie hebben opgeleverd. Gedurende de volledige duur van de experimenten werd de temperatuur van de celincubator gemeten. Dat garandeert dat eventuele effecten het gevolg zijn van de blootstelling en niet van mogelijke temperatuurschommelingen.
Uit de resultaten kwamen stoornissen naar voren in de ontwikkeling van de hersenen van de jongen die in utero en na de geboorte aan RF-EMV waren blootgesteld. De onderzoekers stelden een verminderde groei vast van de hersencellen en stoornissen in de verbindingen tussen de neuronen ter hoogte van de synapsen (de plaats waar twee neuronen communiceren) of tussen een neuron en een andere cel, bijvoorbeeld een spiercel.
Wat de stamcelmonsters afkomstig van muizen betreft, toonden de resultaten een toegenomen woekering maar ook een toegenomen apoptose aan (dood door zelfvernietiging, een soort gecontroleerde zelfmoord die essentieel is om beschadigde of onnodige cellen te verwijderen en zo onze gezondheid op peil te houden), evenals DNA-schade. Daarnaast werd een toegenomen celdifferentiatie (dit is het biologische proces waarbij ongespecialiseerde stamcellen zich ontwikkelen tot gespecialiseerde cellen) vastgesteld, wat leidde tot een groter aandeel gedifferentieerde cellen na blootstelling.
Die resultaten suggereren dat een vroege blootstelling van de jongen aan RF-EMV een impact kan hebben op belangrijke mechanismen voor hun hersenontwikkeling, onder meer op niveaus die lager liggen dan de ICNIRP-richtlijnen.
Bij deze studie zijn de meeste kwaliteitscriteria voor experimentele studies nageleefd (informatie over de blootstelling (bijv. SAR), schijngroep enz.). We stellen echter vast dat de proeven niet blind zijn uitgevoerd, met andere woorden zonder dat de onderzoekers weten tot welke groep de ratten of de stamcellen behoren (schijngroep of blootstelling aan RF-EMV). Die voorwaarde is belangrijk om het risico op bias te beperken bij de onderzoekers, die anders de resultaten onopzettelijk zouden kunnen beïnvloeden. Daarnaast gebruikten de onderzoekers een niet-gemoduleerd signaal en blootstellingsniveaus die hoger lagen dan de gebruikelijke niveaus. De blootstelling tijdens de studie komt dan ook niet overeen met de werkelijke blootstelling aan RF-EMV. Hierdoor is het belangrijk dat de resultaten gereproduceerd worden in een blinde proef en met een realistischere blootstelling.