Kojimahara, N. et al.
Deze studie had als focus het mogelijke verband tussen het gebruik van mobiele telefoons en hersentumoren bij Japanse jongeren tussen 10 en 29 jaar.
Op basis van de patiënt-controlestudie MOBI-Kids International hebben de onderzoekers een substudie MOBI-Kids Japan ontwikkeld. Ze hebben een groep ‘patiënten’ met hersentumoren vergeleken met een ‘controlegroep’ zonder. In tegenstelling tot de internationale studie heeft de studie MOBI-Kids Japan rekening gehouden met alle types hersentumoren en de patiënten mochten uit het hele land komen op voorwaarde dat ze in de Kanto-regio verzorgd werden.
De gegevens over de mogelijke bestudeerde oorzaak, namelijk de blootstelling aan de elektromagnetische velden afkomstig van het gebruik van mobiele telefoons (RF-EMV) zijn later beoordeeld, dat wil zeggen na de verschijning van de tumor, tijdens een interview aan de hand van standaardvragen. De vragen gingen over het aantal gemaakte oproepen, de duur ervan, het gebruik van een handsfreekit, enz. Bovendien zijn er ook gegevens verzameld over de ouders van het kind dat aan de studie deelnam. Het ging om het overzicht van professionele en persoonlijke blootstellingen van de moeder tijdens de zwangerschap en bij de geboorte van het kind. De onderzoekers hebben ook informatie verzameld over de sociaal-economische status (bijv.: leeftijd, opleidingsniveau, enz.), het tabak- en alcoholgebruik en de medische voorgeschiedenis.
In totaal werden 120 patiënten en 360 controlepersonen in de studie opgenomen. De deelnemers waren vergelijkbaar, met name wat betreft het gebruik van de mobiele telefoon. Daarentegen verschilde het sociaal-economische niveau significant: in de groep van patiënten met hersentumoren waren er meer moeders met een opleidingsniveau van middelbaar onderwijs of lager .
Hoewel de onderzoekers de schattingen van de blootstelling aan RF-EMV ten opzichte van de MOBI-Kids-International-studie verbeterd hebben door met name rekening te houden met het type telefoon dat in Japan gebruikt wordt, toonden de resultaten geen stijging van het risico op een hersentumor gelinkt aan het gebruik van mobiele telefoons aan.
Ondanks de verzameling van gestandaardiseerde informatie over de blootstelling aan RF-EMV, kan een herinneringsbias altijd voorkomen in patiënt-controlestudies. Het is immers moeilijk om zich het gebruik van de mobiele telefoon over een lange periode exact te herinneren. Bovendien kunnen personen met een kanker meer aandacht hebben voor hun vroegere blootstellingen, wat hun antwoorden kan beïnvloeden. Bovendien kon er door het lage aantal gevallen geen diepgaandere analyses gemaakt worden om de effecten van bepaalde variabelen zoals alcohol of tabak te onderzoeken. Deze studie is echter van goede kwaliteit en de resultaten liggen in lijn met die van voorgaande studies zoals het systematische overzicht van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) of de COSMOS-studie.