Publicatie Regelmatig gebruik van mobiele telefoons en hart- en vaatziekten: beïnvloedende effecten van slaappatronen, psychologische moeilijkheden en neuroticisme

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Bron via Can. J. Cardiol.

Zhang, Y., Ye, Z., Zhang, Y., Yang, S., Liu, M., Wu, Q., Zhou, C., He, P., Gan, X., & Qin, X.

In deze studie bekeken onderzoekers of het regelmatige gebruik van mobiele telefoons geassocieerd werd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (HVZ) en of andere factoren, zoals slaap of mentale gezondheid, deze relatie zouden kunnen beïnvloeden.

De onderzoekers voerden een prospectieve cohortstudie uit waarbij ze gegevens gebruikten van de UK Biobank, een grote bestaande cohortstudie van het Verenigd Koninkrijk. Zo’n prospectieve cohortstudie is een studie die een groep mensen in de tijd opvolgt om na te gaan hoe blootstelling de gezondheid kan beïnvloeden, hier geëvalueerd aan de hand van HVZ’s. De prospectieve cohortstudie bestond uit een groep van 444.027 deelnemers van 37 tot 73 jaar, die aanvankelijk gezond waren. Elk lid van deze cohort werd gedurende ongeveer 12 jaar gevolgd om te zien of sommigen HVZ’s ontwikkelden. De gegevens zijn verzameld tussen 2006 en 2010.

De onderzoekers analyseerden de frequentie waarmee de deelnemers hun mobiele telefoon gebruikten om te bellen, op basis van vragenlijsten die door deelnemers waren ingevuld. Zij definieerden regelmatig gebruik als ten minste één oproep per week. Ze hielden ook rekening met het aantal wekelijkse uren waarvan de personen hebben aangegeven dat ze aan de telefoon hebben besteed en of ze al dan niet een handsfree-kit hebben gebruikt. Informatie over de HVZ’s (coronaire hartziektes, beroertes, hartfalen, enz.) werd verzameld via ziekenhuisdossiers en overlijdensregisters. De onderzoekers hebben ook de slaappatronen, psychologische moeilijkheden of neuroticisme gemeten aan de hand van vragenlijsten om hun mogelijke rol in de relatie tussen het gebruik van mobiele telefoons en de ontwikkeling van HVZ’s te beoordelen. Neuroticisme is de neiging om negatieve emoties zoals angst, verdriet, woede of prikkelbaarheid regelmatig en intensief te ervaren. Andere factoren zoals roken, diabetes of lichamelijke activiteit werden ook in aanmerking genomen uit gerapporteerde of medische gegevens.

In totaal ontwikkelden 56.181 mensen hart- en vaatziekten (12%). Uit de resultaten blijkt dat regelmatige gebruikers, in vergelijking met niet-regelmatige gebruikers van mobiele telefoons, een iets hoger risico lopen om een HVZ te krijgen. Bovendien werd bij regelmatige gebruikers de wekelijkse gebruikstijd van de telefoon geassocieerd met een verhoogd risico op HVZ. Uit analyses blijkt echter dat slaapstoornissen, psychologische moeilijkheden en neuroticisme factoren zouden kunnen zijn die het verband verklaren tussen het regelmatige gebruik van mobiele telefoons en hart- en vaatziekten. Daarnaast hebben onderzoekers een meer uitgesproken relatie waargenomen tussen de wekelijkse gebruikstijd van mobiele telefoons en HVZ bij rokers en diabetespatiënten. De totale duur van het telefoongebruik uitgedrukt in jaren en het gebruik van handsfree kits vertoonden daarentegen geen significant verband met het risico op HVZ.

Zoals benadrukt door de onderzoekers, heeft deze studie een aantal belangrijke beperkingen. Ten eerste was de informatie over het telefoongebruik zelf gerapporteerd door de deelnemers, wat kan leiden tot biases (dit zijn fouten die de resultaten van een studie kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld door de effecten te verhogen of te verkleinen). Het is daarom belangrijk om er rekening mee te houden bij het evalueren van een studie: we denken hier aan de recall bias (herinneringen aan het gebruik van mobiele telefoons zijn soms onnauwkeurig) of de bias van sociale wenselijkheid (deelnemers willen een goed beeld van zichzelf geven). Bovendien betekent deze zelfrapportage dat de werkelijke blootstelling niet rechtstreeks is gemeten, waardoor geen duidelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen de effecten die verband houden met RF-EMV of het gedrag van de gebruikers. Bovendien was de studie alleen gericht op telefoongesprekken, er werd geen rekening gehouden met andere toepassingen van mobiele telefoons, zoals berichtenverkeer, websurfen of het bekijken van video's, alsook andere bronnen van blootstelling (wifi), wat zou kunnen leiden tot een onderschatting van de werkelijke blootstelling en de potentiële effecten daarvan. Ten slotte werd het gebruik van mobiele telefoons slechts één keer geëvalueerd, op het moment van opname in de studie, waardoor geen rekening kan worden gehouden met de evolutie van het gebruik ervan.

Vervolgens, hoewel de studie steunt op gegevens van de UK Biobank, een rijke en waardevolle hulpbron, beperkt dit de veralgemening van de resultaten, aangezien de deelnemers voornamelijk van Europese oorsprong waren en gezond waren op het moment dat ze in de databank werden opgenomen, hetgeen geen rekening houdt met de mogelijke effecten op andere bevolkingsgroepen en/of mogelijk kwetsbare bevolkingsgroepen.

Kortom, hoewel de studie relevante gegevens verschaft, nodigen de beperkingen ervan uit tot een voorzichtige interpretatie en onderlijnen de noodzaak van verder onderzoek.