Tahmasebi, S., Mortazavi, S.M.J., Pourghauoomi, M. et al.
In deze studie hebben de onderzoekers het mogelijke verband tussen borstkanker en het gebruik van mobiele telefoons bij vrouwen in Iran bestudeerd. Ze hebben een patiënt-controlestudie uitgevoerd, waarbij vrouwen met borstkanker (de ‘patiënten’) werden vergeleken met vrouwen zonder voorgeschiedenis van die kanker (de ‘controle’). Bovendien werden vrouwen met een vermoeden van borstkanker ook opgenomen in de studie voor onderzoeksdoeleinden.
Alle deelnemers aan de studie zijn tussen januari en april 2025 geworven in diagnostische centra, centra voor mammografieën en voor radiotherapie in Iran, ongeacht of ze daar waren voor hun diagnose, behandeling, een routinecontrole of de follow-up van een andere kanker.
Via een vragenlijst is er informatie verzameld over de sociaal-economische status (bijv.: leeftijd, opleidingsniveau), voortplanting (bijv.: borstvoeding, leeftijd van de eerste menstruaties), levenswijze (bijv.: voeding, fysieke activiteit) of nog het gebruik van de telefoon (duur van de gesprekken, schermtijd, enz.).
In totaal werden 226 deelnemers in de studie opgenomen (77 patiënten, 97 controlepersonen, 52 vermoedens). Uit de resultaten van de analyses is een verband gebleken tussen de gebruiksduur van de mobiele telefoon en het risico op borstkanker. Het risico was groter bij vrouwen met een vastgestelde kanker of waar een vermoeden van bestond, die de mobiele telefoon meer dan 60 minuten per dag gebruikten in vergelijking met diegenen die de mobiele telefoon minder dan 10 minuten per dag gebruikten. Andere factoren die verband hielden met een verhoogd risico op borstkanker waren de leeftijd bij de eerste menstruatie, een lager opleidingsniveau en de blootstelling aan milieuverontreinigende stoffen.
Zoals de onderzoekers benadrukken, wijst een verband niet op een oorzakelijk verband tussen de blootstelling aan de mobiele telefoon en borstkanker. Ondanks dat er rekening werd gehouden met verschillende storingsfactoren kunnen andere factoren de resultaten beïnvloed hebben. Ze erkennen bovendien de aanwezigheid van een mogelijke herinneringsbias die te wijten is aan het feit dat de verzamelde gegevens afkomstig zijn van de deelnemers van de studie die zelf rapporteerden. Het is immers moeilijk om zich exact het gebruik van de mobiele telefoon over een lange periode te herinneren. Ten slotte kunnen personen met een kanker meer aandacht hebben voor hun vroegere blootstellingen, wat hun antwoorden kan beïnvloeden. Een bias van sociale wenselijkheid kan ook de nauwkeurigheid van de beoordeling van de blootstelling beperkt hebben.