Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
De toename van obesitas onder jongeren in de afgelopen decennia heeft onderzoekers ertoe aangezet zich af te vragen of dit verband kan houden met de toenemende blootstelling van menselijke embryo's aan radiofrequentie elektromagnetische velden (RF-EMV), wat op zich te wijten is aan de toename van draadloze communicatie.
In deze studie hebben de onderzoekers zebravisembryo's blootgesteld aan RF-EMV en twee mogelijke effecten op de embryo's geanalyseerd. Ten eerste is het onderzoeksteam nagegaan of de hoeveelheid van bepaalde eiwitten (die zouden vergeleken kunnen worden met de arbeiders in het menselijk lichaam, met zeer uiteenlopende rollen) gerelateerd aan vetopslag varieerde onder invloed van RF-EMV. Vervolgens probeerde het team te beoordelen of de blootstelling aan RF-EMV invloed leek te hebben op de locomotorische capaciteiten van embryo's, d.w.z. hun vermogen om te bewegen en zich te verplaatsen.
Ze kozen voor de zebravis omdat deze transparante vissen een aantal overeenkomsten hebben met zoogdieren in termen van:
(1) het vetmetabolisme (d.w.z. hoe vet door het lichaam wordt verteerd en opgenomen);
(2) de structuur van de alvleesklier, het orgaan dat hormonen produceert (d.w.z. de boodschappers in het lichaam), die de opslag regelt van voedsel dat energie levert aan het lichaam (bijv. snelle suikers en langzame suikers); en
(3) de biologie van het vetweefsel (nl. het vet).
De zebravisembryo's werden blootgesteld aan RF-EMV in de 900MHz-frequentieband met behulp van een zendantenne. Gedurende 5 dagen werden de embryo's eenmaal per dag blootgesteld. Een eerste keer minder dan 2 uur na de bevruchting, daarna na 24 uur, 48 uur, 72 uur en 96 uur. Het team heeft drie groepen samengesteld van elk 50 zebravisembryo's:
Het blootstellingssysteem werd opgesteld binnen 8 mm van elk klein bakje met daarin de embryo's. De onderzoekers hadden geen enkele manier om de SAR te meten (wat kort is voor “Specific Absorption Rate”, de meeteenheid, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), die de hoeveelheid energie van de radiofrequente golven meet die het lichaam absorbeert bij blootstelling aan RF-EMV). Ze hebben dus gewoon de blootstelling aan de elektrische velden afkomstig van de zendantenne gemeten. Terwijl het systeem geactiveerd was, hebben ze de niveaus van de elektrische velden gemeten van 12 tot 18 V/m (volt per meter). Na uitschakeling van het systeem, hebben ze een elektrisch achtergrondveld gemeten van ongeveer 0,1 V/m.
Na elke blootstellingssessie werden de monsters gefotografeerd en vervolgens onder een microscoop geobserveerd. Aan het einde van alle blootstellingssessies (d.w.z. 96 uur na de bevruchting) werden laboratoriumanalyses uitgevoerd om de mogelijke effecten op hun lichamen te verifiëren.
De motorische activiteit, d.w.z. het vermogen om in beweging te zijn, werd als volgt beoordeeld: De 5 dagen oude embryo's werden apart in een gefilmde petrischaal geplaatst, waar ze met een fijne punt werden gestimuleerd. Het team heeft vervolgens de gefilmde beelden geobserveerd om hun verplaatsingssnelheid, hun bewegingen en de mate waarin ze de schaal waarin ze zich bevonden verkenden, te beoordelen.
Het onderzoeksteam kon onder microscoop vaststellen dat sommige embryo's die gedurende 30 min./dag werden blootgesteld hersenbloedingen hadden en dat sommige embryo's die gedurende 60 min./dag werden blootgesteld een kortere staart, hartvochtophoping en hersenbloedingen hadden. Ondanks deze microscopische waarnemingen waren er geen significante verschillen tussen de 3 groepen in sterftepercentage of percentage embryo’s dat succesvol uitkomt.
Zij constateerden ook dat embryo's die werden blootgesteld aan 30 min./dag een hogere gemiddelde snelheid en een exploratiesnelheid en een grotere afstand hadden dan de embryo's in de controlegroep. Het omgekeerde werd waargenomen in de groep die 60 min./dag werd blootgesteld. Deze vertoonden een lagere gemiddelde snelheid, de neiging om minder op verkenning te gaan en kleinere afstanden af te leggen dan de embryo's van de controlegroep.
Tot slot, hebben de analyses van de hoeveelheid van de verschillende eiwitten gerelateerd aan vetopslag aangetoond dat de vorming van deze eiwitten werd verstoord door blootstelling aan RF-EMV (900 MHz). Deze eiwitten waren minder talrijk in de twee blootgestelde groepen in vergelijking met de controlegroep. Ze waren nog minder aanwezig in de groep die 60 min. per dag werd blootgesteld in vergelijking met de groep die 30 min. per dag werd blootgesteld.
De experimenten werden blind uitgevoerd, wat een kwaliteitsgarantie is. In de praktijk kregen de embryogroepen een nummer in plaats van een naam om aan te geven tot welke groep ze behoorden. De onderzoekers die verantwoordelijk zijn voor de analyses konden aldus niet beïnvloed worden door de informatie over het type blootstelling dat elke groep had gekregen (30 min., 60 min., of geen blootstelling). De aanwezigheid van een controlegroep is ook een waarborg voor de kwaliteit, omdat deze garandeert dat de mogelijke verschillen die tussen de blootgestelde groep en de controlegroep worden waargenomen, daadwerkelijk het gevolg zijn van blootstelling.
De controlegroep werd echter volledig uit de experimentele omgeving gehaald tijdens de blootstellingsperioden van de andere groepen. Dit zorgde ervoor dat hij helemaal niet werd blootgesteld, maar veranderde de omgeving van deze groep volledig, met het risico van blootstelling aan andere ongecontroleerde factoren die op hun beurt de resultaten van het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden. Dit is dan ook een belangrijke beperking van deze studie.
Tot slot is het belangrijk op te merken dat de onderzoekers in dit team niet over de nodige apparatuur beschikten om de SAR te meten. Daarom verzoeken zij deze resultaten als voorlopig te beschouwen en benadrukken zij het belang van het herhalen van dergelijke studies met gebruikmaking van een degelijk SAR-meetapparaat.