Neurotoxische effecten van een blootstelling aan gepulseerde gsmradiofrequenties van 3,5 GHz op gecultiveerde ganglionneuronen van de dorsale wortel: een mechanisch inzicht van de oxidatieve en apoptotische banen

Building blocks

Bektas H, Seker A, Ustun R, Dogu S.

Content

In deze studie wilden de onderzoekers weten of een blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV's) van 3,5 GHz, een door 5G gebruikte frequentie, maar hier toegepast met een 2G-modulatie om te vereenvoudigen, het interne evenwicht van neuronen kon storen en oxidatieve stress en apoptose teweeg kan brengen. Oxidatieve stress is de productie van vrije radicalen die cellen kunnen beschadigen. Apoptose is dan weer het proces waarbij cellen die te veel beschadigd zijn ‘gecontroleerd zelfmoord’ plegen.

Content

De studie werd in vitro uitgevoerd, dat wil zeggen tijdens laboratoriumtests op geïsoleerde cellen. De gebruikte cellen waren sensorische neuronen van muizen die kwamen uit de ganglionen van de dorsale wortel, een deel van periferisch zenuwstelsel dat informatie zoals pijn, aanraking of temperatuur naar het centrale zenuwstelsel doorstuurt. De onderzoekers hebben de overleving van neuronen en oxidatievestress- en apoptosemarkers gemeten. 

Zij hebben de cellen in meerdere groepen onderverdeeld:

  • groepen die gedurende 1, 12 of 24 uur blootgesteld zijn aan een SAR-niveau van gemiddeld 0,17 W/kg om de impact van de blootstellingsduur te vergelijken. De specifieke absorptiesnelheid (SAR) komt overeen met de hoeveelheid energie van radiofrequenties die cellen tijdens de blootstelling absorberen;
  • een schijngroep geplaatst in dezelfde omstandigheden, maar zonder blootstelling aan RF-EMV's om te garanderen dat de eventuele waargenomen effecten wel degelijk verband hielden met de blootstelling en niet met de proefopstelling of met de behandelingen van de cellen.

De resultaten tonen dat hoe langer de blootstelling, hoe moeilijker het wordt voor de neuronen om te overleven. De onderzoekers hebben ook meer oxidatieve stress en meer cellen in apoptose waargenomen. Over het algemeen suggereert dit dat de neuronen in die proefomstandigheden verzwakt worden en dat ze minder goed functioneren.

Deze studie leeft verschillende criteria van methodologische kwaliteit na. De strikte controle van de temperatuur garandeert dat de gemeten effecten niet te wijten zijn aan een eenvoudige opwarming van de cellen, maar wel degelijk aan de blootstelling aan de RF-EMV’s. De blind uitgevoerde analyse, wat in staat stelt het risico op interpretatiebias te beperken. Dit houdt in dat de onderzoekers niet weten welke stalen blootgesteld zijn op het moment van de metingen, zo wordt elke invloed, zelfs onbedoeld, op de resultaten vermeden. De berekening van de SAR heeft het mogelijk gemaakt nauwkeurig te bepalen hoeveel  energie van radiofrequenties daadwerkelijk door die de cellen geabsorbeerd werd. De onderzoekers hebben ook een groep voor technische controle (negatieve controle) toegevoegd om te garanderen dat de methode voor het meten van de apoptose en de oxidatieve stress correct functioneerde en geen valse resultaten veroorzaakte  door achtergrondruis van de techniek. Die resultaten moeten met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De studie is gebaseerd op een geïsoleerd celmodel dat de complexiteit van een levend organisme niet reproduceert. Bovendien is het gebruikte signaal strikt genomen geen 5G-signaal. Het gaat om een frequentie die door 5G gebruikt wordt, maar geassocieerd wordt met een gepulseerde modulatie van het type 2G die verschillend is van de modulatie waar de 5G-netwerken echt gebruik van maken (‘5G NR’). De resultaten mogen dus niet rechtstreeks geëxtrapoleerd worden naar een werkelijke 5G-blootstelling.

Zo blijven de resultaten, ondanks deze elementen van experimentele nauwkeurigheid, in de eerste plaats verkennende resultaten. Ze stellen in staat bepaalde biologische effecten in laboratoria beter te begrijpen, maar ze voldoen niet om conclusies te trekken over een reëel risico voor de menselijke gezondheid in dagelijkse blootstellingsomstandigheden. De onderzoekers concluderen dat er een noodzaak is aan het bevestigen van die resultaten door in-vivostudies (op dieren), inclusief een follow-up op lange termijn.