Publicatie Mogelijke effecten van radiofrequente elektromagnetische straling op contextuele angstconditionering, de perivasculaire ruimte van de hippocampus, apoptosis en de microarchitectuur van de bijnieren bij ratten

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Narayanan SN, Kumar RS, Kumar N, Prabhakar P, Nayak SB, Bhat PG.

In deze studie wilden de onderzoekers weten of regelmatige blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) afkomstig van een mobiele telefoon (900 MHz) het gedrag kon beïnvloeden en veranderingen kon veroorzaken in de hersenen en in de klieren die stress reguleren bij ratten.

Hiervoor gebruikten ze drie groepen van twaalf mannelijke ratten. De eerste groep werd niet blootgesteld en diende als controlegroep. Voor de tweede groep, de zogenaamde “schijngroep”, moeten de niet-blootgestelde muizen onder dezelfde omstandigheden worden geplaatst als de blootgestelde maar dan zonder daadwerkelijke blootstelling (de dieren worden bijvoorbeeld in dezelfde hokken geplaatst, in dezelfde omstandigheden, maar met het blootstellingssysteem uitgeschakeld). De controlegroep en de “schijngroep” zorgen ervoor dat een eventueel verschil tussen de twee groepen toe te schrijven is aan de blootstelling en niet aan een andere parameter die verband houdt met de ratten of de testomgeving die tussen de twee groepen zou verschillen. De ratten werden daarom onder dezelfde omstandigheden geplaatst als de blootgestelde ratten, maar met een uitgeschakelde mobiele telefoon. De derde groep werd gedurende vier weken één uur per dag blootgesteld aan RF-EMV van een ingeschakelde mobiele telefoon.

De onderzoekers hebben verschillende aspecten bestudeerd. Ze observeerden het gedrag van de ratten aan de hand van een angstgeheugentest, waarbij wordt gekeken of het dier een plek vermijdt waar het een onaangename ervaring heeft gehad. Vervolgens analyseerden ze bepaalde delen van de hersenen, in het bijzonder de hippocampus, die betrokken is bij het geheugen en de emoties, evenals de bijnieren, die boven de nieren liggen en stresshormonen zoals cortisol produceren.

Uit de resultaten bleek dat ratten die aan RF-EMV waren blootgesteld, onrustiger waren en angstiger leken dan de andere ratten. Hun angstgeheugen was minder efficiënt: ze keerden sneller terug naar de plek die met gevaar werd geassocieerd. In hun hersenen zagen de onderzoekers een vergrote ruimte rond bepaalde bloedvaten in de hippocampus, het hersengebied dat belangrijk is voor geheugen en leren. Bovendien werd in dit deel van de hersenen een groter aantal cellen in apoptose (een natuurlijk proces waarbij beschadigde cellen worden verwijderd) waargenomen. Het verschil was echter niet significant bij de vergelijking van de blootgestelde groep met de controlegroepen. In de bijnieren vertoonden bepaalde zones dode cellen, ontstekingen en verstopte bloedvaten, wat betekent dat de klier in die zones minder goed functioneerde, terwijl andere zones normaal bleven.

Deze studie vertoont andere belangrijke beperkingen. Ten eerste werd een mobiele telefoon gebruikt om ratten bloot te stellen, wat niet geschikt is voor nauwkeurige tests omdat het onmogelijk is om de werkelijke blootstelling van dieren te kennen aangezien deze afhankelijk is van vele parameters (antennelocatie, soort gesprekken, enz.). Er moet ook worden gewezen op het ontbreken van voldoende gecontroleerde experimentele omstandigheden. Het experiment werd niet uitgevoerd volgens een blind protocol, wat betekent dat de onderzoekers of beoordelaars konden weten welke ratten tot welke groep behoorden, wat een mogelijke bias in de interpretatie van de resultaten met zich meebrengt. De auteurs vermelden echter dat een deel van de metingen (die van de ruimte rond de bloedvaten in de hersenen) door een externe persoon is uitgevoerd, waardoor het risico van bias in deze analyses wordt verminderd. Biases zijn systematische fouten die van invloed kunnen zijn op de resultaten van een studie, zowel in positieve zin (bijv. verhoogt het effect) als in negatieve zin (bijv. vermindert het effect). Het is daarom belangrijk om hiermee rekening te houden bij de evaluatie van een studie. Ten slotte werd in de studie geen melding gemaakt van temperatuurregeling tijdens het experiment. Dit kan leiden tot een bias van de resultaten, omdat het moeilijk wordt om de effecten van blootstelling aan RF-EMV te onderscheiden van de effecten die worden veroorzaakt door mogelijke ongecontroleerde temperatuurschommelingen.

Gelet op deze beperkingen moeten de resultaten met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Ze laten geen definitieve conclusie toe over een verband tussen blootstelling aan RF-EMV en de waargenomen effecten. De auteurs wijzen erop dat er nog meer, grondigere en beter gecontroleerde studies nodig zijn om deze resultaten te bevestigen of te weerleggen, voordat er conclusies kunnen worden getrokken die van toepassing zijn op mensen.