Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
In deze studie bestudeerden de onderzoekers het verband tussen de melding van symptomen en de smartphonetijd bij studenten aan een Italiaanse universiteit. Het gaat om een studie die voorgesteld is in augustus 2025 op een conferentie in Australië. De resultaten zijn minder uitgewerkt dan de resultaten van studies die een tijdschrift worden gepubliceerd. We voegen deze studie ter informatie toe.
De onderzoekers deelden de studenten willekeurig in in twee groepen: een eerste groep kreeg informatie over de huidige kennis over RF-EMV en het ontbreken van wetenschappelijk bewijs over de impact op de gezondheid. De andere groep kreeg geen informatie. De deelnemers in de eerste groep vulden de vragenlijst over de symptomen tweemaal in (voor en na de trainingsinterventie), de tweede slechts eenmaal.
In totaal namen 132 studenten deel aan de studie: 63 in de groep die deelnam aan een infosessie over RF-EMV (de “interventiegroep”) en 69 in de groep die de informatie niet kreeg (de “groep zonder interventie”). De groepen waren vergelijkbaar qua leeftijd en verhouding tussen mannen en vrouwen. Negentien deelnemers van de interventiegroep zetten de studie echter stop en vulden de vragenlijst na de interventie niet in, waardoor het aantal deelnemers in de interventiegroep daalde tot 44. Het aantal intensieve gebruikers lag iets hoger in de groep zonder interventie (56,5%) dan in de voltallige interventiegroep (49,2%). Daarentegen, in de interventiegroep die was kleiner geworden na stopzetting van deelnemers, vormden de intensieve gebruikers een minderheid (31,8%).
De onderzoekers suggereren dat de tijdens de interventie verstrekte informatie waarschijnlijk een positief effect heeft gehad op het aantal gemelde symptomen. De groep zonder interventie en de interventiegroep waren echter niet vergelijkbaar omdat de leden van de groep zonder interventie al meer symptomen meldden. Er zijn ook geen statistische tests uitgevoerd om de groepen met elkaar te vergelijken. Bovendien waren er vrij weinig deelnemers en kwamen die allemaal van een bepaalde universiteit, waardoor de resultaten niet geëxtrapoleerd kunnen worden naar de algemene bevolking. De methodiek van de onderzoekers is bovendien nogal vaag en onduidelijk. Er wordt bijvoorbeeld geen specifieke informatie verstrekt over de exacte inhoud van de training voor de deelnemers die de interventie kregen. Verder gaven de deelnemers zelf aan hoe vaak ze hun smartphone gebruikten, wat kan leiden tot bias. Als deelnemers zich het gebruik niet meer precies herinneren, spreken we bijvoorbeeld van herinneringsbias. Een andere belangrijke beperking is het gebrek aan controle over verstorende factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zowel tijdens het selectieproces van de studenten als tijdens de analyses. De gemelde symptomen kunnen immers een andere oorzaak hebben dan blootstelling aan RF-EMV van een smartphone. Stress, alcohol- of drugsgebruik en bepaalde ziektebeelden kunnen de slaap en de slaapkwaliteit bijvoorbeeld negatief beïnvloeden. Het is dan ook belangrijk om hier rekening mee te houden.
Het is bijgevolg niet mogelijk om uit deze studie, die met heel wat beperkingen kampt, te concluderen of infosessies over RF-EMV al dan niet nuttig zijn.