Publicatie Kortstondige in-vitro-blootstelling van menselijk bloed aan 5G-netwerkfrequenties: hebben geslacht en frequentie ook invloed op de morfometrie van erytrocyten?

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Bron via Biomedicines

Žura N, Vince S, Perić P, Vilić M, Malarić K, Rimac V, Golubić Ćepulić B, Vajdić M, Jurak I, Milinković Tur S, Poljičak Milas N, Samardžija M, Nemir J, Telebuh M, Žura Žaja I.

In deze studie hebben de onderzoekers de effecten onderzocht van de elektromagnetische velden van radiofrequenties (RF-EMV) afkomstig 5G-netwerken op verschillende aspecten van menselijk bloed. Hiertoe hebben ze menselijk bloed in het laboratorium blootgesteld aan verschillende 5G-frequenties (700 MHz, 2500 MHz en 3500 MHz). Hun hypothese was dat deze RF-EMV veranderingen in rode bloedcellen en bloedplaatjes konden veroorzaken, met effecten die konden variëren naargelang het geslacht van de donoren.

Het onderzoek werd uitgevoerd op basis van bloedstalen van 30 gezonde vrijwilligers, bestaande uit 15 mannen en 15 vrouwen tussen 25 en 40 jaar oud. Om de impact van de verschillen tussen de deelnemers te verminderen, werd bij elk bloedmonster dat aan RF-EMV werd blootgesteld, een controlemonster van dezelfde persoon genomen, dat tegelijkertijd werd afgenomen en niet werd blootgesteld. Blootgestelde bloedbuisjes werden gedurende twee uur blootgesteld aan RF-EMV bij kamertemperatuur (≈20°C) in een blootstellingssysteem dat speciaal voor dit soort experimenten was ontworpen. Elk monster werd blootgesteld aan één van de drie onderzochte frequenties. De controlemonsters of schijnstalen werden onder dezelfde omstandigheden bewaard, maar met het blootstellingssysteem uitgeschakeld. Dit zorgt ervoor dat een eventueel verschil tussen de blootgestelde en de niet-blootgestelde schijnstalen toe te schrijven is aan de blootstelling en niet aan een andere parameter binnen de testomgeving die tussen de groepen zou verschillen.

De onderzoekers hebben vervolgens verschillende elementen geanalyseerd. Ze onderzochten eerst de gegevens die doorgaans bij een bloedafname worden gemeten, zoals het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes, evenals hun grootte en volume. Ze keken ook naar de activering van de bloedplaatjes, dat wil zeggen hun mate van activiteit, omdat deze cellen een belangrijke rol spelen bij de bloedstolling. Ten slotte hebben de onderzoekers de vorm en grootte van de rode bloedcellen nader bestudeerd met behulp van software die hun oppervlakte, contouren en de regelmatigheid van hun membraan (vlies rond de cel) kan meten. Zo kan worden vastgesteld of de cellen in goede staat zijn of tekenen van vermoeidheid of veroudering vertonen. Aan de hand van een aanvullende analyse konden de rode bloedcellen op basis van hun kenmerken in twee grote categorieën worden ingedeeld, om beter te begrijpen of blootstelling aan RF-EMV hun toestand of gedrag wijzigt.

Over het algemeen vertoonden de resultaten van de gebruikelijke bloedonderzoeken en die met betrekking tot de activering van bloedplaatjes geen significante verschillen tussen bloed dat aan RF-EMV was blootgesteld en bloed dat dat niet was. Er werden echter wel verschillen waargenomen in de rode bloedcellen. Bij 700 MHz waren de rode bloedcellen groter en leek hun oppervlak onregelmatiger. Deze veranderingen waren aanwezig bij zowel mannen als vrouwen, maar waren meer uitgesproken bij vrouwen. Bij 2500 MHz werden ook significante veranderingen in vorm en een afname van de stevigheid van de cellen waargenomen, die ook hier weer duidelijker zichtbaar waren bij vrouwen. Soortgelijke effecten werden waargenomen bij 3500 MHz, met name een verlies van de normale vorm van rode bloedcellen bij vrouwen. Deze veranderingen kunnen erop wijzen dat rode bloedcellen kwetsbaarder of minder efficiënt worden, wat invloed kan hebben op de kwaliteit van het bloed.

De onderzoekers concluderen dat blootstelling aan RF-EMV de vorm van rode bloedcellen lijkt te veranderen, met name bij een frequentie van 700 MHz. Ze merken echter op dat het nog onzeker is of deze veranderingen tijdelijk of blijvend zijn. Ze benadrukken dat verder onderzoek nodig is, met name met langere en meer gevarieerde blootstellingen en follow-ups na blootstelling.

Er zijn echter verschillende beperkingen aan deze studie. Ten eerste geeft het artikel onvoldoende informatie over het gebruikte blootstellingssysteem, waardoor het moeilijk is om te beoordelen of het geschikt was en waardoor het voor andere onderzoekers moeilijk is om het experiment te reproduceren. Hoewel de studie de intensiteit van het elektrische veld, de frequenties en een blootstellingstijd vermeldt, kan uit deze informatie niet worden afgeleid hoe de bloedcellen daadwerkelijk werden blootgesteld en is deze informatie onvoldoende om een betrouwbare reproductie te garanderen. Hoewel de onderzoekers melding maken van de aanwezigheid van steekproeven, die onder dezelfde omstandigheden als de blootgestelde stalen werden bewaard, kan op basis van de beschrijving van de blootstellingsomstandigheden de geldigheidt ervan niet worden beoordeeld. Deze “schijngroep” is van fundamenteel belang om biases te beperken, omdat hiermee kan worden gegarandeerd dat de waargenomen effecten daadwerkelijk te wijten zijn aan RF-EMV en niet aan andere, niet-gecontroleerde omgevingsfactoren. Biases zijn systematische fouten die van invloed kunnen zijn op de resultaten van een studie, zowel in positieve zin (bijv. verhoogt het effect) als in negatieve zin (bijv. vermindert het effect). Het is daarom belangrijk om hiermee rekening te houden bij de evaluatie van een studie. Bovendien werd de studie niet onder “blinde” omstandigheden uitgevoerd, wat betekent dat de onderzoekers wisten welke stalen aan RF-EMV waren blootgesteld en welke niet. Dit is een belangrijke voorwaarde omdat het betekent dat de onderzoekers niet weten welke stalen al dan niet worden blootgesteld aan RF-EMV, om elke invloed op de resultaten te vermijden, zelfs onvrijwillig. Het ontbreken van blind onderzoek kan dus onbewust de interpretatie van de resultaten beïnvloeden, ook al is deze invloed niet opzettelijk. Ten slotte werd de temperatuur van de stalen niet strikt gecontroleerd. De temperatuur zelf kan echter de toestand van de cellen beïnvloeden, waardoor het moeilijk is te bepalen of de waargenomen veranderingen worden veroorzaakt door RF-EMV of door ongecontroleerde temperatuurschommelingen.

Gelet op deze beperkingen moeten de resultaten met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Er kunnen op dit moment nog geen definitieve conclusies worden getrokken over de effecten van 5G-RF-EMV op het bloed of de gezondheid in het algemeen. Onderzoekers raden daarom aan grondigere en reproduceerbare studies uit te voeren om deze eerste waarnemingen te bevestigen en meer inzicht te krijgen in de mechanismen die hierbij een rol spelen.