Kim HS, Han KH, Kim YB, Jeon SB, Lee AK, Moon JI, Choi HD, Imaida K, Yokohira M, Kawabe M, Imai N, Wang J, Ahn YH.
+
Internationaal ringonderzoek bij dieren over de carcinogeniteit en de genotoxiciteit van radiofrequente stralingen van mobiele telefoons: de Japanse studie
In dit internationaal project werden twee studies tegelijkertijd in Japan en Zuid-Korea uitgevoerd. De onderzoekers hebben de mogelijke effecten onderzocht van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV’s) van 900 MHz die met name door mobiele telefoons worden gebruikt. Het was voornamelijk de bedoeling om na te gaan of een langdurige blootstelling aan RF-EMV’s het ontstaan van kankers kan stimuleren of schade aan het DNA, het ‘genetisch materiaal’ van cellen, kan veroorzaken. Ze wensten ook de resultaten van een Amerikaanse studie van het National Toxicology Program (NTP) te bevestigen of ontkrachten. Die studie had gesuggereerd dat er een mogelijk risico op tumoren bestond bij blootgestelde mannelijke ratten. De aandacht werd gevestigd op drie soorten tumoren: tumoren op hartniveau (kwaadaardige schwannomen) waarvoor het bewijs het meest solide wordt geacht, hersentumoren (kwaadaardige gliomen) en tumoren op de bijnieren (feochromocytomen), waarvoor het bewijs onzeker wordt geacht. Over die resultaten is er gedebatteerd, met name omdat de effecten enkel bij de mannelijke ratten zijn waargenomen en niet bij de vrouwelijke ratten of bij de muizen. Bovendien maakten andere elementen het ook moeilijk om die resultaten te interpreteren. De niet-blootgestelde ratten (de controlegroep) hadden bijvoorbeeld een beetje minder lang geleefd dan de blootgestelde ratten. Gliomen en schwannomen zijn echter tumoren die laat in het leven van het dier verschijnen. Het feit dat er bij de blootgestelde ratten een toenamevan die tumoren is vastgesteld, zou dus eenvoudig verklaard kunnen worden door het feit dat ze iets langer geleefd hebben. Daarenboven bleef het totale aantal waargenomen tumoren laag, gelijkaardig aan de aantallen uit andere studies op dezelfde ratten, waardoor een eenvoudig toeval niet kan uitgesloten worden.
In de nieuwe studies (Koreaanse en Japanse) hebben de wetenschappers ook laboratoriumratten gebruikt, want dit model maakt het mogelijk om op een levend organisme de effecten van een langdurige blootstelling in gecontroleerde omstandigheden te observeren. De dieren werden verdeeld in drie groepen van elk 70 ratten:
-
een controlegroep bestaande uit ratten die leefden in hun vertrouwde laboratoriumomstandigheden en zonder blootstellingssysteem;
-
een schijngroep geplaatst in dezelfde omstandigheden, maar zonder blootstelling aan RF-EMV's om te garanderen dat de eventuele waargenomen effecten wel degelijk verband hielden met de blootstelling en niet aan de proefopstelling of met de manipulaties van de ratten;
-
een groep blootgesteld aan RF-EMV’s van 900 MHz.
Bovendien hebben de onderzoekers de blootstelling van de ratten nauwkeurig gemeten door de specifieke absorptiesnelheid (SAR) te berekenen. De SAR vertegenwoordigt de hoeveelheid energie die de ratten absorberen. Die ratten werden blootgesteld aan een SAR van 4 W/kg. De blootstelling begon voor de geboorte en gedurende 2 jaar, bijna hun hele leven, werden ze ongeveer 18 uur per dag blootgesteld.
De onderzoekers hebben tijdens de volledige blootstellingsperiode verschillende parameters gevolgd, met name het gewicht, de voedselopname en het overleven van de dieren. Ze hebben ook aan het einde van het experiment de organen in detail geanalyseerd om de verschijning van eventuele tumoren, in het bijzonder ter hoogte van de hersenen en het hart na te gaan. Bepaalde analyses van de verschillende organen van de ratten zijn blind uitgevoerd, dat wil zeggen dat de deskundigen niet op de hoogte waren van de toegepaste blootstelling (controle-, schijn- of groep blootgesteld aan RF-EMV's). Parallel daarmee hebben ze via specifieke biologische tests waardoor breuken of anomalieën in het genetisch materiaal opgespoord konden worden, getest of RF-EMV’s schade konden toebrengen aan het DNA.
De resultaten van de twee studies hebben geen significant verschil getoond tussen de blootgestelde ratten en de ratten uit de andere groepen op het vlak van de verschijning van kankers. Geen enkele significante toename van het aantal tumoren werd vastgesteld op het vlak van de hersenen of het hart. Bovendien werd er geen significante schade aan het DNA vastgesteld. In de teststudieomstandigheden bevestigen die resultaten dus geen kankerverwekkend effect van de RF-EMV's.
De twee studies die hier worden beschreven, hebben belangrijke kwaliteitscriteria nageleefd: de SAR van radiofrequenties aangehouden op 4 W/kg gedurende twee jaar, de gedeeltelijk blind uitgevoerde analyse van de weefsels, uitgevoerd door een internationaal comité van pathologen en een protocol dat tegelijkertijd op exact dezelfde manier in Japan en Zuid-Korea is toegepast, om de repliceerbaarheid van de resultaten na te gaan. De onderzoekers blijven echter voorzichtig. Hoewel ze een groter aantal ratten hebben gebruikt dan de internationale richtlijnen aanraden, blijft het aantal bestudeerde dieren beperkt om de erg zeldzame effecten, zoals bepaalde types kanker aan te tonen. Bijgevolg is het niet altijd mogelijk om een effect op te sporen, als dat al bestaat. Zoals in de NTP-studie hebben die twee teams bovendien een voorafgaande toxiciteitstudie van 28 dagen uitgevoerd, vóór de hoofdstudie van 2 jaar gewijd aan de ontwikkeling van tumoren. De lichaamstemperatuur werd in de drie studies enkel opgevolgd tijdens deze voorafgaande fase. Bovendien onderzochten de Koreaanse en Japanse studies slechts één blootstellingsniveau op kleinere aantallen dieren dan in de NPT-studie, wat hun vermogen beperkt om de NTP-resultaten volledig te bevestigen of ontkrachten.
Tot slot zijn deze resultaten over het algemeen geruststellend, maar zij sluiten zeer subtiele effecten of effecten onder andere blootstellingsomstandigheden niet volledig uit.