Publicatie Heeft radiofrequente straling van mobiele telefoons invloed op de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren in de oorspeekselklier? Een experimentele studie

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Ozergin Coskun Z, Tumkaya L, Yilmaz A, Dursun E, Mercantepe T, Kalkan Y, Ersoz S.

In deze studie hebben de onderzoekers de effecten onderzocht van blootstelling aan de radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) op 1800 MHZ, gelijkaardig aan deze uitgezonden door mobiele telefoons, op de oorspreekselklier van ratten. De oorspeekselklier is een speekselklier gelegen vlak voor het oor op slechts een paar millimeter onder de huid. Het is een klier die zich zeer dicht bij de telefoon bevindt tijdens het bellen en ze speelt een belangrijke rol bij de productie van speeksel. Het doel van de onderzoekers was te achterhalen of langdurige blootstelling aan deze RF-EMV zou kunnen leiden tot veranderingen in de cellen van de klier, zoals schade of mogelijke vernauwing, evenals biochemische veranderingen in verband met oxidatieve stress en apoptosis. Oxidatieve stress ontstaat door een onevenwicht tussen de productie van reactieve zuurstofsoorten (ROS) en de antioxidante verdedigingsmechanismen van het lichaam. Oxidatieve stress kan schade veroorzaken aan de gezonde cellen en weefsels in het lichaam. Apoptosis is een vorm van zelfdestructieve celdood, een soort gecontroleerde zelfmoord die essentieel is voor het elimineren van beschadigde of onnodige cellen om de gezondheid te behouden.

Hiertoe hebben zij een experimentele studie uitgevoerd naar mannelijke Sprague–Dawley albinoratten met een leeftijd van 3 tot 5 maanden en een gewicht tussen 250 en 350 gram. Deze nauwkeurige informatie over de gebruikte dieren is belangrijk opdat andere onderzoekers de resultaten onder vergelijkbare omstandigheden kunnen reproduceren of vergelijken. De ratten werden verdeeld in drie groepen van elk 7 dieren: De eerste groep is de controlegroep (niet-blootgesteld), die als referentie dient. De tweede en derde groep werden blootgesteld aan RF-EMV met een frequentie van 1800 MHz, respectievelijk 6 uur en 12 uur per dag. De blootstelling duurde 30 dagen om een langdurig telefoongebruik te simuleren.

Uit de resultaten bleek dat ratten die werden blootgesteld aan RF-EMV tekenen vertoonden van aftakeling van de cellen van de oorspeekselklier, zoals ontsteking en verhoogde apoptosis. Deze effecten waren meer uitgesproken bij ratten die 12 uur per dag werden blootgesteld. Om deze effecten te beoordelen, vergeleken de onderzoekers ratten blootgesteld aan RF-EMV met die in de niet-blootgestelde groep. In vergelijking met deze niet-blootgestelde ratten vertoonden ratten die aan RF-EMV werden onderworpen ook een afname van antioxidanten, een toename van oxidanten en een toename van het calcium in het bloed, typische markers van oxidatieve stress en apoptosis. Er werden daarentegen geen significante verschillen waargenomen in de grootte van de speekselklier tussen de groepen.

Wat de kwaliteit van het onderzoek betreft, werden sommige elementen goed uitgevoerd, met name de beschrijving van de dosimetrie, dat wil zeggen de nauwkeurige meting van de energie die wordt geabsorbeerd door weefsels die aan elektromagnetische golven worden blootgesteld. Deze meting is gebaseerd op de SAR (Specific Absorption Rate), die de hoeveelheid radiofrequentie-energie aangeeft die door het lichaam wordt geabsorbeerd, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg). In deze studie bedroeg de gemiddelde SAR voor het hele lichaam 0.117 W/kg.

Er moeten echter een aantal belangrijke beperkingen worden benadrukt. De studie omvatte geen duidelijk omschreven shamgroep of leverde onvoldoende informatie op om te bevestigen of een passende controlegroep werd gebruikt. Bovendien werd het experiment niet blindelings uitgevoerd, wat betekent dat de onderzoekers wisten welke dieren werden blootgesteld, wat een onbedoelde “biase” in de analyse van de resultaten kan veroorzaken (biases zijn systematische fouten die van invloed kunnen zijn op de resultaten van een studie, zowel in positieve zin, bijvoorbeeld door het effect te verhogen, als in negatieve zin door het effect te verminderen. Het is daarom belangrijk om hiermee rekening te houden bij de evaluatie van een studie.) De temperatuur werd niet gemeten tijdens de blootstelling, terwijl de RF-EMV weefsels kunnen verhitten. Dit maakt het moeilijk om te weten of de waargenomen effecten te wijten zijn aan de warmte die door het apparaat wordt geproduceerd of aan een ander specifiek effect van de RF-EMV zelf. Ten slotte blijft de omvang van de groepen (7 ratten per groep) beperkt, waardoor de betrouwbaarheid van de conclusies die uit de studie kunnen worden getrokken, wordt beperkt.

Gezien de beperkingen moeten deze resultaten uiteindelijk met enige voorzichtigheid worden beschouwd. Er kunnen geen definitieve conclusies worden getrokken over een direct verband tussen blootstelling aan RF-EMV in dit onderzoek bij ratten en pathologische effecten bij mensen. Zoals de auteurs zelf aangeven, kan deze studie als basis dienen voor verder onderzoek, dat grondiger zal moeten zijn en zal moeten worden overgedaan om deze waarnemingen te bevestigen of te weerleggen.