Michelant, L., Hugueville, L., Leveque, P., Selmaoui, B.
In deze studie bestudeerden de onderzoekers de blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische 5G-velden (5G-EMV) in een hogere frequentieband, 26GHz. Het gebruik van die band is relatief recent en nog niet wijd verspreid in Europa. Deze is momenteel nog niet in gebruik in België voor telefonische communicatie. Bovendien zijn er hierover nog maar weinig wetenschappelijke studies beschikbaar en uit hun resultaten kunnen geen conclusies getrokken worden.
Over deze studie is er in meerdere wetenschappelijke publicaties geschreven, waarbij de gegevens uit dezelfde experimenten zijn gebruikt. Hier hebben de onderzoekers zich geconcentreerd op de mogelijke effecten van de blootstelling aan een gemoduleerd signaal van het 5G-type met een frequentie van 26 GHz op de stress en de activiteit van het autonome zenuwstelsel waarbij de concentratie van twee markers in het speeksel geanalyseerd werd: het stresshormoon cortisol en het spijsverteringsenzym alfa-amylase. Het autonome zenuwstelsel maakt het mogelijk om verschillende functies van het organisme, zoals de hartslag of de bloeddruk, te reguleren. De blootstellingsniveaus waren 2 V/m (hoofd) en 1 V/m (torso), hetgeen overeenstemt met realistische omgevingsblootstellingen.
In totaal hebben 31 volwassenen deelgenomen aan het eerste experiment dat uit twee testsessies bestond die 2 tot 7 dagen in beslag hebben genomen. De deelnemers werden blootgesteld aan ofwel 5G-EMV, ofwel aan een schijnblootstelling, dat wil zeggen onder omstandigheden die identiek zijn aan die van de blootstelling, maar waarbij de generator van de 5G-EMV uitgeschakeld was.
De tests die ongeveer een uur duurden, waren opgesplitst in verschillende fasen van elk 8 minuten 30 seconden:
-
preblootstelling: fase 1 en 2 met 1 speekselstaal dat op het einde van fase 2 afgenomen werd;
-
blootstelling aan 5G-EMV of schijnblootstelling gedurende 25 minuten 30 seconden: fase 3, 4 en 5 met 1 speekselstaal afgenomen op het einde van fase 3 en 5;
-
postblootstelling: fase 6 en 7.
Onder de 31 deelnemers aan de studie hebben 16 ook deelgenomen aan het tweede experiment dat bestond uit een enkele sessie van ongeveer een uur. Een groep van 10 deelnemers werd gedurende 26 minuten 30 seconden blootgesteld aan 5G-EMV en een groep van 6 deelnemers aan een schijnblootstelling. Om de analyses van de ontwikkeling van van cortisol- en alfa-amylase concentraties in het speeksel te verfijnen werden 6 speekselstalen genomen: een net voor de blootstellingsperiode (5G-EMV of schijn), vervolgens een om de 5 minuten en een op het einde van de blootstelling.
Om het effect van de natuurlijke schommelingen gedurende de dag in de productie van cortisol en alfa-amylase ten gevolge van het biologische ritme te beperken, werden de sessies van blootstelling aan 5G-EMV of schijnblootstelling gepland op precieze momenten van de dag, ‘s ochtends of in de namiddag. De onderzoekers hebben zich vooraf ervan vergewist dat de deelnemers geen gezondheidsproblemen hadden. Bovendien moesten de deelnemers vermijden om gedurende 24 uur voor elke sessie, stimulerende of verdovende middelen te gebruiken die een invloed kunnen hebben op de resultaten, zoals cafeïne, alcohol of chocolade.
Naast de speekselstalen werd de elektrische activiteit van de hersenen van de deelnemers geregistreerd (experiment nr. 1) en de cognitieve functies (experiment nr. 2) geëvalueerd, maar die analyses maken het voorwerp uit van andere wetenschappelijke publicaties. Bijgevolg worden ze hier niet besproken.
Uit de resultaten van de studie, zowel van experiment nr. 1 als nr. 2, is geen verschil gebleken in de concentraties van cortisol en alfa-amylase in het speeksel tussen de deelnemers die aan 5G-EMV zijn blootgesteld en zij die niet zijn blootgesteld (schijngroep).
In deze studie hebben onderzoekers belangrijke kwaliteitscriteria nageleefd. Ze hebben de onderzoeken drievoudig blind uitgevoerd, dat wil zeggen dat noch de deelnemers, noch de onderzoekers die bij de onderzoeken aanwezig waren, noch diegenen die de analyses hebben uitgevoerd, geïnformeerd waren over de status (wel of niet blootgesteld) van de deelnemers of hun stalen. De inclusie van een schijngroep is ook een belangrijke voorwaarde om ervoor te zorgen dat geen enkele andere factor in de omgeving (naast de blootstelling) de resultaten van de studie kan beïnvloeden. De onderzoekers hebben ook de temperatuur van de huid van de deelnemers gemeten om eventuele effecten veroorzaakt door een temperatuurstijging (thermische effecten) uit te sluiten. Daarnaast is er rekening gehouden met belangrijke verstorende factoren zoals het moment van de dag waarop de experimenten zijn uitgevoerd. Hoewel de onderzoekers de niveaus van blootstelling aan 5G-EMV hebben gepreciseerd, is de specifieke absorptiesnelheid (SAR), die de hoeveelheid radiofrequentie-energie weergeeft die door het lichaam wordt geabsorbeerd en waarmee de blootstelling van een persoon of een specifiek orgaan kan worden bepaald, toch niet berekend.
Onder de omstandigheden van deze studie heeft de blootstelling aan 5G-EMV niet geleid tot veranderingen in de onderzochte stressmarkers. Die resultaten liggen in lijn met de huidige wetenschappelijke kennis. Het is echter belangrijk dat er andere studies worden uitgevoerd die rekening houden met herhaalde blootstelling en langetermijnblootstelling aan 5G-EMV, en met de mogelijke effecten op kwetsbaardere bevolkingsgroepen zoals kinderen of personen met een minder goede gezondheid.