Publicatie Effecten van niet-ioniserende elektromagnetische straling op de ontwikkeling en het gedrag van vroege embryo's van Danio rerio

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Khira R, Uggini GK.

In deze studie bekeken de onderzoekers of radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) de ontwikkeling in embryo's van kleine vissen, zebravis of Danio rerio genaamd, kunnen beïnvloeden.

De onderzoekers hebben de embryo's blootgesteld aan RF-EMV die uitgezonden werden door een 4G-mobiele telefoon voor een uur per dag gedurende vijf dagen. Om te bepalen of bepaalde stadia van de embryonale ontwikkeling gevoeliger zijn dan andere voor deze blootstelling, verdeelden de onderzoekers de embryo's in drie aparte groepen: blootstelling respectievelijk 1 uur, 6 uur en 24 uur na de bevruchting.

De blootstelling aan RF-EMV kwam van een ingeschakelde mobiele telefoon die straling uitzond, maar in stille modus (zonder geluid of trillingen) om mechanische of geluidsinterferentie te voorkomen. Het toestel was boven de embryo's geplaatst. Het blootstellingsniveau werd uitgedrukt in termen van specifiek absorptietempo, of SAR in het Engels, wat kort is voor “Specific Absorption Rate”, de meeteenheid, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), die de hoeveelheid energie meet die het lichaam absorbeert bij blootstelling aan RF-EMV.

De studie omvatte ook belangrijke controlegroepen:

  • een negatieve controlegroep werd geplaatst in een kooi van Faraday, een apparaat dat elektromagnetische velden volledig blokkeert. Dit zorgde ervoor dat de embryo's aan geen enkele vorm van straling werden blootgesteld, en diende dus als referentie voor de volledige afwezigheid van RF-EMV;
  • een schijngroep. Die schijnsituatie vereist dat de niet-blootgestelde embryo's onder dezelfde omstandigheden worden geplaatst als de blootgestelde maar dan zonder daadwerkelijke blootstelling (de dieren worden bijvoorbeeld in dezelfde vaten gezet, onder dezelfde omstandigheden, maar met een uitgeschakeld blootstellingssysteem). Dit zorgt ervoor dat een verschil tussen de groepen, wanneer die er is, toe te schrijven is aan de blootstelling zelf en niet aan een andere parameter binnen de testomgeving die tussen de groepen zou verschillen.

De onderzoekers volgden de ontwikkeling van de embryo's totdat ze larven werden (6 dagen na de bevruchting) waarbij analyses werden uitgevoerd van de overleving en het uitkomen van de eieren, de morfologie van de larven (grootte van het lichaam en de ogen), hun bewegingen en de markers van cellulaire stress, zoals de niveaus van cortisol (een stresshormoon) en de markers van oxidatieve stress (een onbalans tussen de productie van reactieve zuurstofcomponenten (ROS) en de antioxidante verdedigingsmechanismen van het lichaam, die ook schade aan gezonde cellen en weefsels kunnen veroorzaken). Er werd geen significant effect waargenomen op de overleving, het uitkomen van de eieren of de algemene morfologie, maar de grootte van de dooierzak was verminderd in de groep die 1 uur na de bevruchting blootgesteld werd, wat wijst op een snellere consumptie van de reserves in vergelijking met de schijngroep. De dooierzak is een zak met voedingsstoffen waarmee het embryo zich voedt voordat het zichzelf kan voeden. Gemiddeld vertoonden deze larven een verhoogde motorische activiteit, waarbij ze langere afstanden aflegden, wat stress of spanning zou kunnen weerspiegelen. Hoewel er geen significante effecten werden waargenomen op de biologische stressmarkers, wijzen de resultaten op een vroegtijdig effect van RF-EMV, met name door de verkleining van de dooierzak en de verhoogde motorische activiteit. Deze waarnemingen sporen aan langere blootstellingsstudies uit te voeren die beter zijn afgestemd op het huidige gebruik.

Deze studie heeft beperkingen en er is niet voldaan aan verschillende kwaliteitscriteria. Het blootstellingssysteem is onaangepast: hoewel de onderzoekers een SAR van 1,13 W/kg bij 1800 MHz aangeven voor de gebruikte 4G-mobiele telefoon, preciseren zij de meetmethode of de oorsprong van deze waarde (meting, gegevens van de fabrikant of theoretische berekening) niet. Het rechtstreekse gebruik van een telefoon biedt geen nauwkeurige controle en laat niet toe de blootstelling stabiel te houden, afhankelijk van de positie, activiteit en gebruiksduur van het toestel. Dit maakt het niet mogelijk te garanderen dat de aangegeven SAR de werkelijke en constante blootstelling weerspiegelt, zoals het geval zou zijn met een geprogrammeerd laboratoriumapparaat. De onderzoekers vermelden dat zij de temperatuur in het vat waar de embryo's zich bevonden, hebben gecontroleerd, maar verstrekken geen gegevens over de gemeten temperatuur of de stabiliteit ervan tijdens de blootstelling, of over eventuele stijging. Deze parameter is echter essentieel om de effecten met betrekking tot de RF-EMV te onderscheiden van die welke worden veroorzaakt door een eventuele temperatuurschommeling (gerelateerd aan de blootstelling of de experimentele omstandigheden, bijvoorbeeld de temperatuur in de testruimte). Er wordt geen informatie gegeven over de blinde uitvoering van de experimenten, een voorwaarde die betekent dat de onderzoekers niet weten welke dieren of stalen worden blootgesteld, om elke invloed, zelfs onbedoeld, op de resultaten te vermijden. Ten slotte bestrijken de controlegroepen alleen het embryonale stadium van 1 uur na de bevruchting (in vergelijking met de blootgestelde groep), terwijl de blootgestelde groepen ook embryo's bevatten van 6 uur na de bevruchting en 24 uur na de bevruchting. Het ontbreken van controles m.b.t. deze latere stadia beperkt de interpretatie van de waargenomen effecten en voorkomt een grondige vergelijking in de groepen van 6 uur en 24 uur na de bevruchting.

Gezien deze beperkingen kunnen op grond van de resultaten van deze studie geen harde conclusies worden getrokken met betrekking tot de effecten van blootstelling aan RF-EMV van mobiele telefoons op de ontwikkeling van zebravisembryo's. Zoals de onderzoekers er al op wezen, zijn er nauwkeurigere studies nodig — met name met een geschikt blootstellingssysteem — om de kwetsbaarheid van organismen ten opzichte van RF-EMV in de vroege stadia van ontwikkeling beter te begrijpen.