De studie bestond uit twee delen, waarbij de onderzoekers enerzijds kippenembryo's en anderzijds een cellijn blootstelden aan 2,4 GHz RF-EMV. Vervolgens hebben zij de verschillende effecten van deze blootstelling op de gezondheid van de onderzochte embryo's en cellen waargenomen.
In het experiment met kippenembryo's werden twee groepen gevormd om de effecten te kunnen vergelijken:
- 1 blootgestelde groep: deze groep bestond uit 15 kippenembryo's (in hun eierschaal) die gedurende 4 uur per dag en 5 dagen achter elkaar blootgesteld werd aan 2,4 GHz-RF-EMV. De eieren bevonden zich in een broedmachine met een temperatuur van 37 °C en een luchtvochtigheid van 5%. De embryo's werden blootgesteld aan RF-EMV van twee mobiele telefoons, waarvan één in de broedmachine en één buiten de broedmachine. Beide telefoons stonden in vliegtuigmodus en stuurden gegevens naar elkaar. (NB: dit wordt niet vermeld in het artikel, maar we veronderstellen dat ze vervolgens wifi of bluetooth op elke telefoon hebben geactiveerd om gegevensuitwisseling mogelijk te maken);
- 1 “schijngroep”: deze groep bestond uit 15 kippenembryo's (in hun eierschaal). De term “schijn” betekent dat deze groep werd onderworpen aan dezelfde omgeving en omstandigheden als de blootgestelde groep, met uitzondering van de blootstelling waaraan deze groep niet werd blootgesteld. Dit biedt een referentiepunt om de blootgestelde groep mee te vergelijken en zo te verzekeren dat als er een verschil wordt waargenomen, dit hoogstwaarschijnlijk te wijten is aan de blootstelling en niet aan de omgeving van het experiment.
Na de blootstellingsperiode hebben de onderzoekers drie soorten analyses uitgevoerd op de kippenembryo's:
- ze hebben dunne plakjes van de hersenen van de embryo's ontleed om ze onder de microscoop te bekijken en mogelijke afwijkingen in het hersenweefsel op te sporen (dit wordt een ‘histopathologische’ analyse genoemd);
- ze controleerden op de aanwezigheid van reactieve zuurstofcomponenten (of ‘ROS’, die normaal gesproken in het lichaam worden geproduceerd tijdens de werking van cellen en als reactie op omgevingsstressfactoren zoals temperatuur, infecties, verwondingen, enz.). Bij een teveel kunnen deze ROS leiden tot zogenaamde oxidatieve stress, wat een onevenwicht is tussen de productie van ROS en de antioxidante verdedigingsmechanismen van het lichaam. Oxidatieve stress kan schade veroorzaken aan de gezonde cellen en weefsels in het lichaam;
- ze onderzochten of blootstelling leidde tot de natuurlijke productie van antioxidanten, stoffen die het proces van oxidatieve stress kunnen vertragen of voorkomen.
Na deze analyses beschreef het onderzoeksteam de volgende resultaten:
- bij observatie van het hersenweefsel onder de microscoop constateerden ze geen morfologische (vorm) of pathologische (ziekte) veranderingen in de hersenen van de blootgestelde embryo's in vergelijking met de niet-blootgestelde embryo's;
- ze constateerden een toename van de ROS in het hersenweefsel van de blootgestelde groep in vergelijking met de schijngroep. Ze constateerden de aanwezigheid van natuurlijke antioxidanten in het blootgestelde weefsel en niet in het niet-blootgestelde weefsel, wat wijst op een natuurlijke antioxidantreactie van het lichaam op blootstelling aan RF-EMV.
Voor het experiment met cellen gebruikten ze een cellijn die SH-SY5Y heet. Dit zijn in het laboratorium gekweekte cellen (in vitro) die lijken op zenuwcellen en genetisch identiek zijn. Ze worden vaak gebruikt in in vitro-onderzoek om de werking van het zenuwstelsel en de effecten van bepaalde blootstellingen op neuronale cellen te bestuderen.
Deze cellen werden in vier groepen verdeeld:
- 1 blootgestelde groep: Deze groep werd gedurende 4 uur blootgesteld aan 2,4 GHz-RF-EMV;
- 2 blootgestelde groepen die vooraf werden behandeld met antioxidanten: Deze twee groepen werden eerst respectievelijk gedurende 2 uur behandeld met twee verschillende antioxidanten. Vervolgens werden ze gedurende 4 uur blootgesteld aan 2,4 GHz-RF-EMV;
- 1 schijngroep: Deze referentiegroep werd in precies dezelfde omstandigheden geplaatst als de blootgestelde groep, maar werd niet blootgesteld.
Na de blootstellingsperiode voerde het onderzoeksteam drie soorten analyses uit op de cellen:
- zij observeerden de levensvatbaarheid van de cellen in de loop van de tijd. Om als levensvatbaar te worden beschouwd, moet een cel niet alleen levend zijn, maar ook gezond. Daartoe hebben ze het percentage levensvatbare cellen geteld na 1 uur, 2 uur en 4 uur blootstelling;
- ze hebben gekeken of er schade aan het DNA was en in welke mate. Het DNA bevat het genetisch materiaal dat essentieel is voor de goede ontwikkeling en werking van het organisme;
- ze hebben gekeken naar het percentage cellen in apoptose, dat wil zeggen cellen die zich in een proces van geprogrammeerde celdood bevinden. Apoptose is een natuurlijk en volkomen normaal verschijnsel dat tot doel heeft beschadigde cellen te verwijderen.
Na deze analyses beschreef het onderzoeksteam de volgende resultaten:
- zij hebben geen afname van de levensvatbaarheid van de blootgestelde cellen waargenomen, noch na 1 uur, 2 uur of 4 uur blootstelling;
- in de cellijn constateerden ze een toename van DNA-schade in de blootgestelde groep ten opzichte van de niet-blootgestelde groep, evenals een hoger percentage vroegtijdige apoptose;
- ze constateerden een toename van de ROS in de blootgestelde cellen. Ze constateerden ook dat cellen die eerst met antioxidanten (toegevoegd door het onderzoeksteam) waren behandeld voordat ze aan 2,4 GHz-RF-EMV werden blootgesteld, tegen de ontwikkeling van de ROS waren beschermd.
Deze studie voldoet aan bepaalde kwaliteitscriteria. Door de aanwezigheid van schijngroepen in beide experimenten kan namelijk worden gegarandeerd dat de waargenomen verschillen verband houden met de blootstelling en niet met andere omgevingsfactoren. Door de temperatuur continu te controleren, kunnen de effecten van de temperatuur worden onderscheiden van de effecten van RF-EMV.
We wijzen echter ook op een aantal belangrijke beperkingen:
- het onderzoeksteam heeft geen blinde omstandigheid ingesteld waardoor de onderzoekers niet zouden weten welke proefdieren wel of niet werden blootgesteld, waardoor interpretatiebiases zouden worden verminderd;
- de groepen embryo's zijn vrij klein; ze bestaan elk uit 15 individuen. Hoe kleiner een groep is, hoe minder betrouwbaar de statistische resultaten ervan zijn;
- het gebruik van mobiele telefoons wordt niet als relevant beschouwd bij de analyse van de effecten van RF-EMV op de gezondheid. Hoewel deze techniek goedkoop en eenvoudig toe te passen is, is het niet mogelijk om precies te bepalen aan welke intensiteit of frequentie de embryo's of cellen worden blootgesteld. Bovendien worden de techniek en de duur van de blootstelling van de cellen in vitro onvoldoende beschreven in het artikel.
Gelet op deze beperkingen moeten de resultaten met enige voorzichtigheid worden beschouwd. Er kunnen geen definitieve conclusies worden getrokken over een mogelijk verband tussen blootstelling aan 2,4 GHz-RF-EMV en de ontwikkeling van hersenweefsel.