Publicatie Effecten van het intermitterende gebruik van mobiele telefoons op auditieve verwerking en spraakperceptie bij jongvolwassenen

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Shetty, H.N., Zacharias, J.

Het onderzoeksteam bekeek de potentiële impact van telefonische oproepen (gemaakt met mobiele telefoons) op het gehoorvermogen, de snelheid van het begrip en de spraakperceptie bij gezonde jonge mensen.

Hiertoe voerden ze een transversale studie uit, d.w.z. een studie die gegevens verzamelt van een populatie op een specifiek tijdstip. Het is een soort momentopname van een bevolking. Ze brachten 55 deelnemers van 18 tot 28 jaar bij elkaar die hun mobiele telefoon specifiek gebruikten door elke dag minstens 1 uur per dag te bellen tijdens de afgelopen 3 tot 9 jaar. Dit was een gemakssteekproef, wat betekent dat de deelnemers in de eerste plaats werden gerekruteerd omdat ze gemakkelijk en snel te werven waren, en niet zozeer met het doel een representatieve steekproef van een doelpopulatie te creëren.

Voorafgaand aan hun deelname aan het onderzoek werd nagegaan of de toekomstige deelnemers een normaal gehoor hadden. Naast een goed gehoorvermogen moesten toekomstige deelnemers:

  • Kannada (de taal van het zuiden van India) als moedertaal hebben om ervoor te zorgen dat de tests niet worden beïnvloed door taalkundige verschillen;
  • geen psychologische problemen hebben, zodat de aandacht of de prestaties bij de tests niet worden beïnvloed;
  • niet chronisch blootgesteld worden aan muziek (bijv. professionele muzikanten).

Het onderzoeksteam groepeerde de deelnemers in twee keer twee groepen op basis van hun dagelijkse en vroegere gebruik van de mobiele telefoon:

a) een verdeling was gebaseerd op het dagelijkse gebruik van mobiele telefoons in het verleden:

  • groep 1 = groep van 42 individuen die minder dan 8 jaar dagelijks een mobiele telefoon gebruiken;
  • groep 2 = groep van 13 individuen die al meer dan 8 jaar dagelijks een mobiele telefoon gebruiken.

b) een verdeling was gebaseerd op het dagelijkse gebruik van mobiele telefoons uitgedrukt in uren:

  • groep 1 = groep van 42 individuen die minder dan 6 uur per dag hun mobiele telefoon gebruiken,
  • groep 2 = groep van 13 individuen die meer dan 6 uur per dag hun mobiele telefoon gebruiken.

Elke deelnemer werd onderworpen aan een reeks tests in een geluiddichte ruimte om alle achtergrondgeluiden te elimineren:

  • beoordeling van het gehoor: basisgehoorproeven;
  • modulatiedetectiedrempeltest: test van het vermogen om variaties in de intensiteit van een geluid waar te nemen (belangrijk voor het begrijpen van spraak, vooral in complexe omgevingen);
  • test van het vermogen van de temporele verwerking: test van het vermogen om geluiden in de loop van de tijd waar te nemen, zoals volgorde of afstand tussen geluiden;
  • test van de perceptie van spraak bij geluid: test van het vermogen om zinnen te begrijpen in een lawaaierige omgeving;
  • vragenlijst “Speech, Spatial, and Qualities of Hearing”: vragenlijst die alleen door de individuen wordt ingevuld en die bedoeld is om de perceptie van de deelnemers te beoordelen van hun eigen vermogen om zinnen te begrijpen in lawaaierige omgevingen.

Aan het einde van deze gegevensverzameling is het onderzoeksteam nagegaan of er een verband was tussen de blootstelling aan mobiele telefoons en het gehoor, d.w.z. dat ze zijn nagegaan of een toename van de blootstelling gepaard ging met een toename van het effect op het gehoor en het begrip of niet. Zij hebben ook onderzocht of er verschillen in het gehoorvermogen waren tussen de hierboven beschreven blootstellingsgroepen.

Het onderzoeksteam vond geen verband tussen de uren dagelijks gebruik of de jaren gebruik van een mobiele telefoon en een mogelijke verslechtering van het gehoorvermogen. Deze vaststelling is hetzelfde voor de detectiedrempel van een geluid, de perceptie van taal in een lawaaierige omgeving en de gehoorvermogens zoals waargenomen door de deelnemers. Er werd echter een zwakke associatie waargenomen tussen de jaren van dagelijks gebruik van mobiele telefoons en een verminderde temporele verwerkingscapaciteit, maar de auteurs benadrukken dat de kleine steekproefomvang (55 deelnemers) dit resultaat kan hebben veroorzaakt.

De auteurs concluderen dat het gebruik van mobiele telefoons geen invloed heeft op de gehoorfuncties. Ze benadrukken dat de meeste deelnemers hun telefoon met tussenpozen gebruikten, d.w.z. niet continu gedurende 1 uur of langer, maar eerder in kleine perioden van een paar minuten, die in de loop van de dag minimaal 1 uur bereikt. Na verificatie realiseerden de auteurs zich dat de meerderheid van de deelnemers hun telefoongesprekken handsfree voerde in plaats van hun mobiele telefoon aan hun oren te houden. Deze afstand vermindert echter de blootstelling aan de EMV van de telefoon aanzienlijk.

In termen van beperkingen, merken we op dat een steekproef van 55 mensen, die verder is verdeeld in subgroepen, zeer klein is om robuuste statistische analyses uit te voeren. Bovendien garandeert de methode voor de selectie van de deelnemers (gemakssteekproef) de representativiteit van een doelpopulatie niet.

We hebben een reeks onjuistheden vastgesteld in het artikel dat deze studie beschrijft. De leeftijdsgroep in de samenvatting komt niet overeen met de leeftijdsgroep in de tekst. De verdeling tussen de groepen is onduidelijk; zo weten we bijvoorbeeld niet in welke groep de personen met een gebruik gelijk aan 8 jaar of gelijk aan 6 uur per dag werden geplaatst. Bovendien worden in de tekst de resultaten per gebruiksgroep in uren weergegeven onder de juiste titel, maar ook onder de titel waarin de resultaten per groep gebruiksjaren worden aangekondigd. Dezelfde resultaten worden dus tweemaal onder twee verschillende titels voorgesteld.

Meer in het algemeen stellen de resultaten van dat artikel ons niet in staat te concluderen dat RF-EMV een effect heeft op het gehoor en het begrip.