Publicatie Effecten van de blootstelling aan mobiele telefoons op metingen van de elektrische hartactiviteit: een multivariate analyse en een algoritme voor variabele selectie om een verband met gemiddelde variaties te detecteren

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

De onderzoekers hebben een experimenteel onderzoek uitgevoerd waarbij de deelnemers vrijwillig werden blootgesteld aan elektromagnetische velden (EMV) vanaf een smartphone. Het onderzoeksteam heeft twee doelstellingen nagestreefd: eerst heeft het team gecontroleerd of het hebben van een smartphone dicht bij het lichaam, onder verschillende blootstellingsscenario's, invloed kan hebben op de frequentie en regelmaat van de verschillende fasen van de hartslag. In een tweede stap is het nagegaan of de bloeddruk en body mass index (BMI - tool voor het beoordelen van de lengte-gewichtsbalans van mensen) een rol kan spelen in de geteste hartparameters. Het team heeft ervoor gekozen om de bloeddruk en BMI op te nemen omdat deze twee variabelen al bekend staan om hun vermogen om de hartfunctie te beïnvloeden.

De onderzoekers hebben 20 jonge mannen gerekruteerd van het College of Medicine (van de universiteit King Saud bin Abdulaziz University for Health Sciences, Riyad, Saudi-Arabië). De meerderheid van hen was tussen de 21 en 25 jaar oud en ze waren allemaal gezond. De deelnemers werd gevraagd om in de 12 uur voorafgaand aan het experiment te vermijden om cafeïnehoudende dranken te nuttigen, een lichamelijke activiteit te beoefenen en hun smartphones te gebruiken. Tijdens het experiment werden de deelnemers blootgesteld aan 4 opeenvolgende scenario's van blootstelling aan een smartphone (hier een iPhone 5+).

De vier geteste blootstellingsscenario's waren de volgende, elk voor een duur van 15 minuten:

  • de smartphone dicht bij het hart houden, in stille modus;
  • de smartphone dicht bij het hart houden, in de trilfunctie en met het geluid aan (niet op stil);
  • deelnemen aan een telefoongesprek met de smartphone aan het oor en enkel luisteren naar de gesprekspartner;
  • deelnemen aan een telefoongesprek met de smartphone aan het oor, luisteren naar en praten met de gesprekspartner.

De sessies duurden in totaal 2 uur. Elke sessie begon met 15 minuten gewenning zonder blootstelling, daarna volgden de 4 scenario's met telkens 15 minuten rustpauze ertussen, waarbij deelnemers het lab verlieten zonder een ingeschakelde telefoon bij zich.

Het hartritme werd continu geregistreerd via een elektrocardiogram (ECG). Het ECG geeft een grafiek van de hartslag. Dit wordt bereikt door elektroden op verschillende plaatsen op het lichaam te plaatsen. Ze worden gebruikt om de elektrische signalen te registreren die door het hart worden verzonden. Het ECG zet de opgenomen signalen om in een grafiek waarop elke hartslag en alle fasen waaruit deze bestaat duidelijk kunnen waargenomen worden. Elke hartslag is samengesteld uit vijf zeer herkenbare fasen die elkaar continu en altijd in dezelfde volgorde volgen. Bij het lezen van het ECG en afhankelijk van de afstand tussen de fasen en slagen, is het mogelijk om te controleren of het hartritme regelmatig is en om mogelijke afwijikingen te identificeren.

Voorafgaand aan de plaatsing van de elektroden werd de bloeddruk, de lengte en het gewicht van de deelnemers gemeten.

De eerste 5 minuten van elk scenario zijn uit de analyses verwijderd om te voorkomen dat de resultaten worden beïnvloed door mogelijke stress die deelnemers aan het begin van een nieuw scenario voelen (bijvoorbeeld als de telefoon gaat) en om hen de tijd te geven om aan het proces te wennen. In de analyses vergeleken de onderzoekers de prescenariowaarden (d.w.z. de ECG-metingen tijdens de gewenningsperiode voorafgaand aan elk scenario) met de postscenariowaarden (d.w.z. de ECG-metingen tijdens het blootstellingsscenario).

De onderzoekers hebben geen beduidend verschil waargenomen tussen de resultaten van de hartanalyses voor en na voor scenario 2, 3 en 4. Er werden echter aanzienlijke verschillen waargenomen voor scenario 1 (de smartphone dicht bij het hart hebben, in stille modus). Het lijkt erop dat dit verschil geassocieerd wordt met een verandering in de (systolische) bloeddruk. In deze studie wordt de BMI nooit geassocieerd met veranderingen in de hartslag en lijkt de bloeddruk niet te interfereren met de hartslag in scenario’s 2 en 4.

De onderzoekers concluderen dat de blootstelling aan elektromagnetische velden van de smartphones een potentiële impact kan hebben op de geteste hartparameters. Ze sluiten elke invloed van BMI in deze interactie uit. Ze benadrukken de noodzaak om de blootstellingsniveaus aan elektromagnetische velden te monitoren, met name bij mensen met hartaandoeningen. De onderzoekers nodigen mensen die regelmatig een smartphone gebruiken uit om hun blootstelling te verminderen door bijvoorbeeld de duur van hun telefoongesprekken te verkorten of de handsfreeset te gebruiken.

We benadrukken het belang van het feit dat deze tests zijn uitgevoerd bij personen die in de 12 uur voorafgaand aan het experiment geen koffie hadden gedronken en geen sportieve activiteiten hadden beoefend. Koffie en lichamelijke activiteit kunnen de hartslagvariabiliteit (HRV) immers beïnvloeden en deze beperking helpt bepaalde biases te voorkomen.

We merken echter op dat hun conclusies en aanbevelingen zeer voorbarig lijken gezien de resultaten en de vele beperkingen in hun methodologie:

  • zo kunnen we aanhalen dat het onderzoek niet blind werd uitgevoerd. Deze methode vermindert de interpretatiebias omdat het ervoor zorgt dat onderzoekers niet weten welke proefpersonen worden blootgesteld en welke niet. Dit zorgt voor meer objectiviteit bij het beschrijven en interpreteren van de resultaten;
  • we zien dat de 4 blootstellingsscenario's altijd dezelfde chronologische volgorde volgen. Het verschil dat voor en na het eerste scenario werd waargenomen, zou dus eerder verband kunnen houden met de eerste plaats in de volgorde van scenario's in plaats van met het blootstellingsscenario zelf. Een manier om deze bias tegen te gaan zou zijn om de volgorde van blootstellingsscenario's tussen verschillende vrijwilligers willekeurig te variëren.;
  • we merken ook op dat er te weinig nauwkeurigheid is met betrekking tot het tijdstip en de wijze waarop bloeddrukmetingen werden uitgevoerd;
  • de steekproefomvang is klein (20 individuen) en is helemaal niet representatief voor de algemene bevolking: ze bestaat alleen uit mannelijke individuen en komt uit een beperkte leeftijdsgroep (grotendeels 21 tot 25 jaar). Het is daarom onmogelijk om de resultaten van deze studie over de gehele bevolking te veralgemenen;
  • in dit artikel wordt niet beschreven of er in scenario 1 en 2 daadwerkelijk oproepen werden gemaakt of berichten werden verzonden;
  • de lichaamstemperatuur en de kamertemperatuur werden niet gecontroleerd. Het is daarom mogelijk dat sommige waargenomen variaties gekoppeld zijn aan een lokale temperatuurstijging wanneer de smartphone zich dicht bij het lichaam bevond (in het geval van scenario 1 en 2). De smartphone, als elektronisch apparaat met een batterij, kan tijdens de werking warmte genereren, wat van invloed kan zijn op bepaalde hartvariabelen;
  • bovendien wordt regelmatig bezorgdheid geuit over alle onderzoeken waarbij een telefoon als blootstellingsapparaat wordt gebruikt, omdat de werkelijke blootstelling moeilijk te controleren is. Dit is afhankelijk van het gebruik, de afstand tot de antenne of het feit of de telefoon al dan niet is aangesloten. Een oplossing hiervoor is het gebruik van een generator die een stabiele en meetbare blootstelling uitzendt. Indicatoren zoals de SAR (Specific Absorption Rate) zijn essentieel in dit type studie omdat op die manier de hoeveelheid energie kan geschat worden die door het lichaam wordt geabsorbeerd tijdens blootstelling aan elektromagnetische velden;
  • tenslotte concluderen de auteurs dat de blootstelling aan de RF-EMV een effect zou hebben op de HRV, terwijl slechts één van de vier scenario's significante verschillen vertoont in ECG voor en na blootstelling. De onderzoekers wijzen er in hun beperkingen niet op dat dit het allereerste scenario is waarmee de deelnemers worden geconfronteerd en dat het risico bestaat dat de stress aan het begin van het experiment langer nodig heeft om weg te ebben.

Deze studie vertoont een aanzienlijk aantal biases en beperkingen. Om het vertrouwen in de vaststellingen te vergroten, moeten de studies meerdere malen worden herhaald en moet het aantal gecontroleerde factoren worden verhoogd om interpretatiebiases zoveel mogelijk te beperken.