Publicatie Effecten van blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden op biomarkers van oxidatieve stress in vivo en in vitro: systematisch overzicht van experimentele studies

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Bron via Environ Int.

Meyer F, Bitsch A, Forman HJ, Fragoulis A, Ghezzi P, Henschenmacher B, Kellner R, Kuhne J, Ludwig T, Sachno D, Schmid G, Tsaioun K, Verbeek J, Wright R.

Dit werk maakt deel uit van het grote project van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om systematisch de resultaten te onderzoeken van studies naar een mogelijk verband tussen de blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) en schadelijke gevolgen voor de gezondheid.

In deze studie voerden de onderzoekers een systematische review uit van de effecten van blootstelling aan radiofrequenties op de biomarkers van oxidatieve stress. Dit zijn biologische indicatoren die door het menselijk lichaam worden geproduceerd en die in dit geval wijzen op een onevenwicht tussen de productie van reactieve zuurstofsoorten (ROS) – die normaal in het lichaam worden geproduceerd terwijl de cellen werken en als reactie op omgevingsstress (temperatuur, infecties, verwondingen…) – en de antioxidante afweermechanismen van het lichaam. Deze oxidatieve stress kan schade veroorzaken aan de gezonde cellen en weefsels in het lichaam.

Om de studies te identificeren die relevant waren voor hun review, hebben de onderzoekers specifieke zoekcriteria gedefinieerd in verband met:

  • het type artikel: documenten die in wetenschappelijke tijdschriften worden gepubliceerd (wetenschappelijke artikelen);
  • het type studie: experimentele studies in vivo (blootstelling van dieren in leven) en in vitro (laboratoriumblootstelling van monsters zoals cellen of weefsels);
  • de bestudeerde populatie: zoogdieren, waaronder mensen;
  • de vergelijker: vergelijking tussen een groep blootgesteld aan RF-EMV en ten minste een controlegroep (sham) of niet aan RF-EMV blootgestelde groep. De “sham”-voorwaarde houdt in dat dieren (bijv. ratten, muizen) of monsters (bijv. menselijke cellen) in dezelfde omstandigheden worden geplaatst als de blootgestelde dieren of monsters, maar dan zonder eigenlijke blootstelling (de monsters worden bijvoorbeeld in dezelfde incubator geplaatst, onder dezelfde omstandigheden, maar met het blootstellingssysteem uitgeschakeld). Dit zorgt ervoor dat een eventueel verschil tussen de twee groepen toe te schrijven is aan de blootstelling en niet aan een andere parameter binnen de testomgeving die tussen de twee groepen zou verschillen;
  • het soort van blootstelling: RF-EMV over het gehele frequentiebereik (100 KHz-300 GHz) en alle blootstellingsniveaus;
  • het type gemeten parameters: biomarkers van oxidatieve stress.

De selectie van de studies verliep in verschillende fasen. Eerst werden de studies geïdentificeerd in verschillende databases en vervolgens hebben twee onderzoekers los van elkaar de titels en samenvattingen van die studies gelezen om diegene die niet aan de gedefinieerde onderzoekscriteria voldeden te verwijderen. De geselecteerde studies werden verdeeld over 5 onderzoekers die ze in hun geheel lazen. Elke studie werd tegelijkertijd door twee onderzoekers gelezen. In geval van onenigheid tussen de twee onderzoekers over de vraag of een studie aan de onderzoeks- en kwaliteitscriteria voldeed, moest een derde onderzoeker de problematische studie beoordelen en beslissen of deze al dan niet in de review moest worden opgenomen. Dit selectieproces van de artikelen is een kwaliteitsgarantie die het mogelijk maakt volledig en objectief te zijn, waarbij alle bestaande studies over een bepaald onderwerp worden omvat. Opgemerkt zij dat dit selectieproces niet gebaseerd is op de resultaten, maar op de kwaliteit van de studie.

De onderzoekers hebben vervolgens alle resultaten uit verschillende studies gehaald en deze geanalyseerd via meta-analyses. Dankzij een meta-analyse kunnen de resultaten die afkomstig zijn van verschillende studies worden gegroepeerd en geanalyseerd om betrouwbaardere conclusies te trekken. Veel studies omvatten namelijk slechts een klein aantal deelnemers, wat de degelijkheid van de conclusies beperkt. Door de resultaten te bundelen, kan de hoeveelheid van gegevens worden vergroot en dus het vertrouwen in de verkregen resultaten.

Een ander belangrijk onderdeel van het werk van de onderzoekers was de beoordeling van het betrouwbaarheidsniveau dat aan de onderzoeksresultaten werd toegeschreven. Eerst beoordeelden de onderzoekers het risico van bias (RoB kort voor Risk of Bias) steunend op verschillende criteria. Biases zijn systematische fouten die van invloed kunnen zijn op de resultaten van een studie, zowel in positieve zin (bijv. verhoogt het effect) als in negatieve zin (bijv. vermindert het effect). Het is daarom belangrijk om hiermee rekening te houden bij de evaluatie van de kwaliteit van een studie. Om het RoB te beoordelen, hebben de onderzoekers verschillende criteria in aanmerking genomen, bijvoorbeeld: het risico op selectiebias (er werd bijv. een randomisatie, d.w.z. een willekeurige selectie, uitgevoerd), het risico van prestatiebias (bijv. het onderzoek werd blind uitgevoerd, d.w.z. dat de onderzoekers niet weten welke dieren/monsters al dan niet aan RF-EMW zijn blootgesteld, om elke invloed op de resultaten, zelfs onbedoeld, te vermijden), de selectie van de gerapporteerde resultaten (het rapporteren van slechts een deel van de resultaten), enz. Het risico van bias werd voor elke studie onafhankelijk beoordeeld door twee onderzoekers met tussenkomst van een derde onderzoeker in geval van onenigheid. Aan de hand van deze beoordeling (RoB) en van andere criteria (bijv. inconsistenties, onnauwkeurigheden), wezen de onderzoekers een betrouwbaarheidsniveau toe aan de resultaten van de verschillende studies: hoog, matig, laag en zeer laag.

In totaal werden 56 studies, waaronder 45 in vivo en 11 in vitro, opgenomen in het systematische overzicht en 52 in meta-analysen. De meeste studies werden uitgevoerd met knaagdieren zoals ratten, muizen, hamsters of cavia's (50) en sommige studies werden uitgevoerd met menselijke cellen (6). De verschillende onderzochte biomarkers werden gemeten in de hersenen, lever, cellen, thymus (een belangrijk orgaan voor de goede werking van ons immuunsysteem aangezien hier bepaalde witte bloedcellen worden gevormd die betrokken zijn bij afweermechanismen), het bloed en de testikels.

De meeste meta-analyseresultaten waren niet significant, met uitzondering van enkele significante resultaten die significante effecten lieten zien variërend van laag tot hoog voor sommige biomarkers gemeten in lever, bloed, knaagdierteelballen en menselijke cellen. De mate van vertrouwen voor alle resultaten werd echter door de onderzoekers als zeer onzeker beoordeeld. Deze onzekerheid over de betrouwbaarheid van de resultaten is met name te wijten aan een hoog risico van bias, deels door het gebrek aan informatie over hoe dieren willekeurig werden verdeeld tussen blootgestelde en niet-blootgestelde groepen, over de vraag of experimenten blind werden uitgevoerd of niet, maar ook aan problemen met de karakterisering van de blootstelling. We kunnen ook vaststellen dat sommige resultaten tegenstrijdig zijn en gebaseerd zijn op kleinschalige steekproeven.

De onderzoekers bevelen aan de aanpak van de studies te verbeteren en benadrukken met name het belang van de inachtneming van de kwaliteitscriteria van de experimentele studies, namelijk:

  • passende en welomschreven blootstelling;
  • een duidelijke definiëring van de doelstellingen en een passende meting van de in de studie gemeten parameters;
  • het gebruik van echte shamgroepen;
  • de uitvoering van blinde tests;
  • evenals het meten van de temperatuur om ervoor te zorgen dat de waargenomen resultaten niet te wijten zijn aan een temperatuurstijging (thermische effecten).

Tot slot, zoals de onderzoekers al hebben gezegd, is het niet mogelijk om definitieve conclusies te trekken vanwege de vele onzekerheden in verband met de kwaliteit van de studies die in dit systematische overzicht en deze meta-analyse zijn opgenomen. Het wetenschappelijk onderzoek moet worden voortgezet en de kwaliteit van de studies moet worden verbeterd.