Publicatie Effect van de blootstelling aan een radiofrequentieveld van 1800 MHz op de expressie van cytokines en signaaltransductie-eiwitten in gedifferentieerde THP-1-cellen

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Bellier PV, McGarr GW, Smiley S, McNamee JP.

In deze studie onderzochten de onderzoekers of blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) op 1800 MHz invloed kan hebben op het immuunsysteem (een systeem dat het menselijk lichaam beschermt tegen microben en infecties). Meer in het bijzonder wilden ze weten of een dergelijke blootstelling de productie veranderde van eiwitten die betrokken zijn bij de reacties van het immuunsysteem (dat wil zeggen het natuurlijke verdedigingsmechanisme van ons lichaam), met name de eiwitten (bijv. cytokines) die verband houden met ontstekingen en de communicatie tussen afweercellen (witte bloedcellen).

De onderzoekers voerden een experimenteel in-vitro-onderzoek uit, d.w.z. uitgevoerd in het laboratorium op cellen. Ze gebruikten cellen van het menselijke immuunsysteem genaamd monocyten (een type witte bloedcel). Deze hebben het vermogen om zich te differentiëren in gespecialiseerde cellen van de immuunrespons, zoals macrofagen, die pathogenen zoals bacteriën of virussen, evenals beschadigde cellen elimineren. Zij spelen een sleutelrol in de eerste verdedigingslinie van het organisme.

De studie omvatte verschillende blootstellingsgroepen:

  • groepen blootgesteld aan RF-EMV (1800 MHz), hetzij continu (CW, kort voor continuous wave) of met een modulatie om de signalen van mobiele telefoons na te bootsen, gedurende een blootstellingstijd van 30 min, 4 uur of 24 uur (in totaal 6 groepen blootgesteld). De cellen werden blootgesteld aan een specifieke absorptiesnelheid (SAR in het Engels, wat kort is voor “Specific Absorption Rate”, de meeteenheid, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), die de hoeveelheid energie meet die het lichaam absorbeert bij blootstelling aan een RF-EMV van 2,0 W/kg);
  • schijngroepen voor elke blootstellingstijd (30 min, 4 uur, 24 uur): deze schijnvoorwaarde bestaat erin de niet-blootgestelde cellen onder dezelfde omstandigheden te plaatsen als de blootgestelde cellen, met uitzondering van de blootstelling zelf. De cellen worden bijvoorbeeld in dezelfde ruimte geplaatst, met dezelfde voedingsbodems, maar met een uitgeschakeld blootstellingssysteem. Dit maakt het mogelijk zich ervan te verzekeren dat een verschil tussen de twee groepen, indien er een is, toe te schrijven is aan de blootstelling en niet aan een andere parameter binnen de testomgeving die tussen de twee groepen zou verschillen;
  • positieve controlegroepen: de onderzoekers hebben stoffen gebruikt waarvan bekend is dat ze een immuunrespons activeren, om na te gaan of de cellen en meetmethoden de verwachte resultaten hebben opgeleverd en dus betrouwbaar waren voor de experimenten;
  • - negatieve controlegroepen: cellen werden behandeld met neutrale stoffen, zoals steriel water, om hun respons zonder stimulatie vast te stellen.

Vervolgens hebben de onderzoekers de aanwezigheid gemeten van de verschillende eiwitten die betrokken zijn bij de immuunrespons. Ze vertoonden geen significant effect na de blootstelling aan RF-EMV.

De onderzoekers concluderen dat, onder de experimentele omstandigheden van deze studie, de blootstelling van monocyten aan RF-EMV van 1800 MHz bij een SAR van 2,0 W/kg, gedurende maximaal 24 uur, de onderzochte eiwitten die betrokken zijn bij de immuunrespons niet significant veranderde. Zij dringen er echter op aan dat deze resultaten niet kunnen worden veralgemeend naar andere celtypen, blootstellingen op langere termijn of verschillende frequenties. Bovendien herinneren zij eraan dat de wetenschappelijke literatuur op dit gebied nog steeds zeer heterogeen is; sommige studies observeerden effecten, andere niet.

De studie werd over het algemeen goed uitgevoerd dankzij een grondige methode. De onderzoekers gebruikten een schijngroep (zoals hierboven uitgelegd). Dit maakt het mogelijk om de twee resultaten op een betrouwbare manier te vergelijken. Om ervoor te zorgen dat hun meetmethoden doeltreffend waren, gebruikten ze ook stoffen waarvan bekend is dat ze een reactie in de cellen veroorzaken: die cellen hebben wel degelijk gereageerd, hetgeen aantoont dat het experiment een effect had kunnen ontdekken als de EMV's er een hadden veroorzaakt.

De tests werden blind uitgevoerd: dit is een belangrijke voorwaarde omdat het betekent dat de onderzoekers niet weten welke stalen al dan niet zijn blootgesteld aan RF-EMV, om elke invloed op de resultaten te vermijden, zelfs onbedoeld. De blootstellingsvoorwaarden voor de EMV waren goed gedefinieerd (1800 MHz, CW- of GSM-signaaltype, duur van 30 min tot 24 uur, SAR van 2 W/kg), waardoor het experiment nauwkeurig kan worden gereproduceerd. Ten slotte hebben zij voortdurend gecontroleerd of de temperatuur gedurende de gehele duur van de tests stabiel bleef. Dit is zeer belangrijk, omdat een temperatuurstijging de resultaten zou kunnen verstoren. Daar de temperatuur stabiel bleef, kunnen we hier zeggen dat de gemeten effecten niet afkomstig zijn van een thermisch effect, maar van de RF-EMV zelf als er een effect was geweest.

Deze studie is van goede kwaliteit. Echter, zoals de auteurs benadrukken, zijn aanvullende studies, waarbij gebruik wordt gemaakt van andere cellulaire modellen of blootstellingsvoorwaarden, nodig om het inzicht in de potentiële gezondheidseffecten van RF-EMV te verdiepen.