Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
In deze studie hebben onderzoekers de mogelijke effecten van blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) op menselijke cellen onderzocht. Meer bepaald hebben de onderzoekers genen onderzocht (kleine structuren die het genetisch materiaal, het DNA, bevatten dat de ontwikkeling en werking van het organisme mogelijk maakt) die verband houden met reactieve zuurstofcomponenten (ROS), die normaal in het lichaam worden geproduceerd tijdens de werking van de cellen en als reactie op omgevingsstress (temperatuur, infecties, verwondingen, enz.). Bij een teveel kunnen deze ROS leiden tot zogenaamde oxidatieve stress, wat een onevenwicht is tussen de productie van ROS en de antioxidante verdedigingsmechanismen van het lichaam. Oxidatieve stress kan schade veroorzaken aan de gezonde cellen en weefsels in het lichaam.
De onderzoekers hebben daarom een groep menselijke cellen gedurende 15 minuten blootgesteld aan RF-EMV. Ze hebben ook een schijngroep opgenomen, dat wil zeggen een groep cellen die onder dezelfde omstandigheden werd geplaatst als de blootgestelde groep maar dan zonder daadwerkelijke blootstelling. De cellen werden in dezelfde broedmachine geplaatst, onder dezelfde omstandigheden, maar met een uitgeschakeld blootstellingssysteem. Dit zorgt ervoor dat een verschil tussen de twee groepen, indien er een is, toe te schrijven is aan de blootstelling en niet aan een andere parameter binnen de testomgeving die tussen de twee groepen zou verschillen. Na blootstelling of de ‘schijnblootstelling’ hebben de onderzoekers 2 uur en 45 minuten gewacht voordat ze hun analyses uitvoerden, zodat de cellen de tijd hadden om eventueel op de blootstelling te ‘reageren’. Dit experiment werd herhaald met verschillende niveaus van blootstelling aan RF-EMV.
De resultaten toonden een toename of afname van de expressie van genen die betrokken zijn bij de productie van ROS, afhankelijk van de verschillende blootstellingsniveaus. Genexpressie is het proces waarbij de cel de informatie in een gen gebruikt om een eiwit te produceren dat haar in staat stelt correct te functioneren. De relatie tussen genexpressie en blootstellingsniveau is echter niet lineair, wat betekent dat een hogere blootstelling niet noodzakelijkerwijs een hogere respons veroorzaakt. De onderzoekers wijzen daarom op de mogelijkheid van een zogenaamde “hormetische” reactie, d.w.z. een biologische reactie waarbij een lage dosis (in dit geval RF-EMV) een gunstig effect kan hebben, terwijl een hogere dosis een schadelijk effect kan hebben.
Deze studie heeft een aantal positieve aspecten. De temperatuur in de broedmachine tijdens de daadwerkelijke blootstelling aan RF-EMV of “schijnblootstelling” werd gemeten en er werd geen temperatuurstijging waargenomen. De onderzoekers wilden zo de mogelijkheid van een thermisch effect (als gevolg van een temperatuurstijging) uitsluiten. Dit is een positief punt, hoewel de introductie van een sonde in het celkweekmedium nauwkeurigere resultaten zou hebben opgeleverd. De aanwezigheid van een schijngroep is ook een positief punt.
Bepaalde kwaliteitscriteria die belangrijk zijn voor de betrouwbaarheid van de resultaten, werden echter niet nageleefd. De experimenten werden immers niet blind uitgevoerd. Dit is een belangrijke voorwaarde omdat het betekent dat de onderzoekers niet weten welke cellen al dan niet worden blootgesteld aan RF-EMV. Zo wordt elke invloed op de interpretatie van de resultaten, zelfs onbedoeld, voorkomen. Bovendien hebben de onderzoekers geen informatie over de methode voor het meten van de blootstelling van cellen aan EMV (dosimetrie) vermeld. Deze informatie is erg belangrijk omdat ze inzicht geeft in de werkelijke blootstelling van de cellen. In het algemeen wordt dit uitgedrukt via de specifieke absorptiesnelheid (SAR in het Engels, wat kort is voor “Specific Absorption Rate”). De SAR is de meeteenheid, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), waarmee de hoeveelheid energie van RF-EMV kan worden gemeten die het lichaam – of in dit geval de cellen – absorbeert wanneer het wordt blootgesteld aan een dergelijke bron van velden.
Gezien de methodologische beperkingen is het dus zaak voorzichtig te zijn met de conclusies van deze studie.