Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
In deze studie zijn onderzoekers geïnteresseerd in de mogelijke impact van elektromagnetische velden (RF-EMV) van bronnen in het binnenmilieu (wifi, draadloze telefoons en mobiele telefoons) op het gedrag van Japanse kinderen en adolescenten.
De onderzoekers gebruikten gegevens uit de prospectieve cohortstudie “Hokkaido Study on Environment and Children's Health”, uitgevoerd in Japan. Zo'n cohortstudie is een studie die een groep mensen volgt in de loop der tijd, in dit geval kinderen, om te observeren hoe blootstelling de ontwikkeling of evolutie van bepaalde aspecten van de gezondheid, zoals het gedrag, kan beïnvloeden. Deze studie rekruteerde oorspronkelijk zwangere vrouwen tussen 2003 en 2012 uit 37 ziekenhuizen in de prefectuur Hokkaido om de effecten van blootstelling aan chemische agentia in de periode rond de geboorte op de gezondheid en ontwikkeling van de kinderen te onderzoeken.
De database bevat kinderen tussen 8 en 17 jaar. Er werd aan 5221 willekeurig geselecteerde kinderen en hun ouders gevraagd aanvullende vragen te beantwoorden over:
In totaal hebben 2465 kinderen en ouders de vragenlijst tot tweemaal toe ingevuld, met een tussenpoos van een jaar (tussen 2020 en 2022).
De resultaten van de analyses toonden geen verband aan tussen de aanwezigheid van wifi of traditionele oproepen via het mobiele netwerk en gedragsproblemen. Er werden echter enkele geïsoleerde associaties waargenomen: de aanwezigheid van een draadloze telefoon thuis werd geassocieerd met een lichte verbetering van gedragsproblemen, vooral emotioneel en sociaal. Een langdurig gebruik van internetgesprekken op mobiele telefoon was gekoppeld aan het ontstaan van nieuwe moeilijkheden, zoals hyperactief gedrag of aandachtsproblemen. Een gemiddelde luistersessie van gestreamde muziek (60-120 min/week) is geassocieerd met een vermindering van gedragsproblemen bij kinderen, met name op emotionele en sociale gebieden.
Op basis van de verkregen gegevens zijn de waargenomen verbanden tussen het gebruik van bronnen in het binnenmilieu en gedragsproblemen bij kinderen zwak en lijken soms zonder duidelijke logica. De onderzoekers zelf hebben erop gewezen dat deze resultaten simpelweg aan toeval te wijten kunnen zijn. Met andere woorden, deze studie leidt niet tot de conclusie dat RF-EMV uitgezonden door elektronische toestellen rechtstreeks gedragsproblemen bij kinderen veroorzaken. Bovendien kunnen deze resultaten net zo goed worden verklaard door andere parameters die niet zijn onderzocht. Internetverslaving lijkt bijvoorbeeld een belangrijke rol te spelen in veel van de waargenomen verbanden. Sommige initiële associaties (zoals die tussen het langdurige gebruik van mobiele telefoons voor onlinespelletjes en gedragsproblemen) namen af of verdwenen zodra de onderzoekers rekening hielden met het niveau van internetverslaving. Dit wijst erop dat het waargenomen effect niet noodzakelijkerwijs voortkomt uit de blootstelling aan RF-EMV, maar eerder uit het overmatige of problematische gebruik van digitale toestellen.
De studie heeft een aantal belangrijke beperkingen die de auteurs zelf erkennen. De gegevens zijn gebaseerd op vragenlijsten die door de deelnemers zijn ingevuld, wat kan leiden tot biases (dit zijn fouten die de resultaten van een studie kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld door de effecten te vergroten of te verkleinen). Het is daarom belangrijk om er rekening mee te houden bij het evalueren van een studie: we denken hier aan de recall bias (herinneringen aan het gebruik van bronnen zijn soms onnauwkeurig) of de bias van sociale wenselijkheid (deelnemers willen een goed beeld van zichzelf geven). Bovendien werd blootstelling aan RF-EMV niet direct gemeten, maar alleen geschat op basis van de antwoorden. Hierdoor wordt de beoordeling van de blootstelling minder betrouwbaar. De studieperiode valt ook samen met de COVID-19-pandemie, die het gebruik van digitale communicatie, het afstandsonderwijs, de schermtijd en het mentale welzijn van kinderen aanzienlijk heeft veranderd, waardoor het moeilijk is de resultaten te interpreteren. Tot slot werd geen rekening gehouden met andere factoren, zoals de mentale gezondheid van de ouders, die het gedrag van de kinderen en het gebruik van digitale toestellen kunnen beïnvloeden. Al deze beperkingen geven aan dat de resultaten met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Ze suggereren dat de waargenomen gedragsproblemen meer te maken kunnen hebben met het overmatige gebruik van schermen dan met directe blootstelling aan RF-EMV.
Concluderend kan worden gesteld dat deze studie het niet mogelijk maakt een verband te leggen tussen de blootstelling aan RF-EMV door draadloze technologieën en de gedragsproblemen bij kinderen. De onderzoekers benadrukken de noodzaak van verder onderzoek, met nauwkeurigere methoden en follow-up op lange termijn.