Gezondheid
5G en gezondheid
Hoe gezond is 5G? Blootstellingslimieten en stralingsnormen beperken de impact op onze gezondheid. Om te begrijpen wat dat precies is, duiken we in de wereld van de elektromagnetische straling.
Deze studie heeft tot doel de potentiële effecten te beoordelen van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) van 26,5 GHz (5G) op neuroblastoomcellen bij de mens (een zeldzame kanker die zenuwcellen aantast en vooral kinderen treft).
De onderzoekers deden verschillende laboratoriumexperimenten om de potentiële effecten op de celcyclus en het DNA van de cellen na te gaan. De celcyclus bestaat uit verschillende fasen, waarbij een moedercel groeit en zich verdeelt in twee dochtercellen. Het DNA bevat het essentiële genetische materiaal voor de goede ontwikkeling en werking van het lichaam.
Het onderzoeksprotocol omvatte verschillende behandelingsgroepen voor neuroblastoomcellen:
Om de mogelijke effecten op de celcyclus te onderzoeken:
Om de mogelijke effecten op het DNA te onderzoeken:
De cellen van de aan RF-EMV blootgestelde groepen werden 3 uur lang blootgesteld aan een 5G-signaal van 26,5 Ghz dat ofwel gemoduleerd was (zoals een signaal dat informatie vervoert, bijvoorbeeld tijdens telefoongesprekken) of niet-gemoduleerd (geen overdracht van informatie).
De specifieke absorptiesnelheid (SAR), de eenheid voor de hoeveelheid RF-EMV-energie die het lichaam absorbeert bij blootstelling aan deze velden, bedroeg 1,25 W/kg. Merk op dat deze SAR de grenswaarden overschrijdt aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection[ND1] (0,08 W/kg).
Alle experimenten werden blind uitgevoerd, dus zonder dat de onderzoekers op de hoogte werden gebracht van de behandeling die de groepen cellen kregen (positieve controle, schijnblootstelling, blootstelling aan RF-EMV enz.). De temperatuur van de cellen is gedurende de volledige duur van de experimenten gemeten. Dat garandeert dat eventuele effecten het gevolg zijn van de blootstelling en niet van mogelijke temperatuurschommelingen die van groep tot groep kunnen verschillen.
Uit de resultaten van het onderzoek blijken geen effecten op de celcyclus door de blootstelling aan gemoduleerde of niet-gemoduleerde signalen. Er is evenmin een effect waargenomen op het DNA bij cellen die alleen aan gemoduleerde of niet-gemoduleerde RF-EMV werden blootgesteld of bij gelijktijdige blootstelling met menadion.
De onderzoekers herinneren eraan dat dit de eerste studie is naar de blootstelling van zoogdiercellen aan gemoduleerde en niet-gemoduleerde RF-EMV van 26,5 GHz, gecombineerd met een blootstelling aan menadion. Ze stellen voor om verder onderzoek uit te voeren en daarbij bijvoorbeeld andere soorten cellen en andere blootstellingstijden te gebruiken.
Deze studie is van goede kwaliteit. Er is voldaan aan de kwaliteitscriteria voor experimentele studies (blinde proeven, schijngroepen, temperatuurcontrole, blootstellingsinformatie (bijv. SAR) enz.). Zoals de onderzoekers hebben aangegeven, is verder onderzoek van belang om meer informatie te verkrijgen en de resultaten te herhalen die zijn behaald in het kader van deze cellenstudie.