Publicatie Analyse van het verband tussen mobiel telefoongebruik en gehoorfunctie bij jonge volwassenen

Ontdek alle publicaties

Publicatie - Gezondheid

Bron via Cureus

Haji, A. I., Ejaz, H., Omar, M. O., Takriti, M. B., & Narayanan, S. N.

Deze studie onderzocht of het gebruik van mobiele telefoons, en meer bepaald de elektromagnetische velden van radiofrequenties (RF-EMV) die ze uitzenden, het gehoor van jonge volwassenen kan beïnvloeden.

Daartoe hebben de onderzoekers een studie uitgevoerd onder 78 studenten in de leeftijd van 17 tot 24 jaar die werden verdeeld in drie groepen op basis van de duur van het gebruik van hun mobiele telefoon: langdurig (5 jaar), middellang (4 jaar) en kortdurend (3 jaar of minder). Alle deelnemers gebruikten hun mobiele telefoon ongeveer 30 minuten per dag om te bellen, waarbij ze de telefoon tegen hun oor hielden. Deelnemers met een voorgeschiedenis van gehoorproblemen, blootstelling aan hard geluid of overmatig gebruik van koptelefoons werden uitgesloten van het onderzoek.

Het gehoor werd getest met een test die ‘pure toonaudiometrie’ wordt genoemd en die het vermogen meet om geluiden op verschillende frequenties (van laag tot hoog) en volumes te horen. De onderzoekers waren vooral geïnteresseerd in de lage frequenties (250 Hz, 500 Hz, 1000 Hz).

De resultaten toonden een licht tot matig gehoorverlies bij lage frequenties in alle groepen. Dit verlies was echter meer uitgesproken bij personen die hun telefoon gedurende vijf jaar meer dan 30 minuten per dag gebruikten, in vergelijking met personen die hun telefoon gedurende vier jaar of minder dan drie jaar 30 minuten per dag gebruikten. Dit verlies werd in beide oren vastgesteld, zonder dat het oor dat de deelnemer naar eigen zeggen het meest gebruikte om te telefoneren (het dominante oor) een significante rol speelde in deze waarneming. Interessant genoeg leken gebruikers van 4G-telefoons een groter verlies te vertonen dan gebruikers van 5G-telefoons, met name voor lage frequenties in het linkeroor. Bovendien meldden sommige deelnemers dat ze onaangename symptomen hadden, zoals hoofdpijn (14 %) of oorsuizen (9 %).

Deze studie vertoont een aantal belangrijke beperkingen. Ten eerste is de steekproef van 78 jonge deelnemers vrij klein, wat de reikwijdte van de conclusies en de mogelijkheid om ze te veralgemenen naar een grotere populatie beperkt. Bovendien beschikten de onderzoekers niet over nauwkeurige informatie over de werkelijke intensiteit van de RF-EMV die de vrijwilligers ontvingen, de zogenaamde SAR (Specific Absorption Rate, of specifieke absorptiesnelheid, de meeteenheid, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), waarmee de hoeveelheid energie kan worden gemeten die het lichaam absorbeert bij blootstelling aan RF-EMV). In deze studie vergelijken de onderzoekers alleen verschillende groepen gebruikers die worden blootgesteld aan mobiele telefoons (op korte, middellange en lange termijn), zonder een niet-blootgestelde controlegroep mee te nemen, waardoor het moeilijk is om vast te stellen of het gehoorverlies specifiek wordt veroorzaakt door het gebruik van de telefoon en niet door andere factoren.

Ten tweede zijn verschillende belangrijke gegevens, zoals het aantal jaren blootstelling, de dagelijkse blootstellingsduur, het dominante oor of de blootstelling aan harde geluiden, uitsluitend gebaseerd op de verklaringen van de deelnemers, wat tot biases kan leiden, bijvoorbeeld als de deelnemer zich zijn gebruik niet precies kan herinneren. Dit is wat we recall bias noemen. Ten slotte konden de onderzoekers geen gebruik maken van geavanceerdere methoden om het gehoor te beoordelen, zoals methoden die de reactie van de hersenen op geluiden of oorsuizen meten.

Samengevat suggereert deze studie een mogelijk verband tussen langdurig gebruik van mobiele telefoons en licht tot matig gehoorverlies in de lage frequenties. Vanwege de methodologische beperkingen kan echter niet met zekerheid worden geconcludeerd dat er een direct effect is van RF-EMV van mobiele telefoons op het gehoor. Er is meer en grondiger onderzoek nodig om deze resultaten te bevestigen en een beter inzicht te krijgen in de mogelijke risico's voor het gehoor van jonge volwassenen.