Mate, R., Benke, G., Loughran, S.P., et al.
Deze studie heeft onderzocht of het feit dat je een beroep hebt uitgeoefend dat je blootstelde aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV's) in verband kan worden gebracht met een verhoogd risico op glioom, een soort hersentumor.
De onderzoekers hebben een zogenaamde ‘patiënt-controlestudie’ uitgevoerd: ze hebben 467 patiënten met een glioom, gerekruteerd tussen 2013 en 2017 in verschillende Australische ziekenhuizen, vergeleken met 367 gezonde personen uit hun eigen familie (echtgeno(o)t(e), broer of zus). Elke deelnemer heeft zijn of haar professionele loopbaan in detail doorgegeven. De blootstelling aan de RF-EMV’s van elke functie werd niet rechtstreeks gemeten, maar geschat met behulp van twee referentiedatabanken (de INTEROCC JEM en de CANJEM) die elk beroep associëren met een waarschijnlijk blootstellingsniveau, op basis van metingen en ervaringen die gedurende verschillende decennia verzameld zijn.
De resultaten tonen geen enkel verband tussen de professionele blootstelling aan RF-EMV’s en het risico op glioom. Door de werknemers die tijdens hun carrière het meeste blootgesteld zijn te vergelijken met diegenen die het minst blootgesteld zijn is geen enkele stijging van het risico waargenomen, zelfs wanneer meerdere verschillende hypothesen getest werden (bijvoorbeeld wanneer de blootstelling recent of oud was, of volgens de graad van ernst van de tumor). De onderzoekers concluderen dat hun studie geen enkel bewijs levert voor een verband tussen de professionele blootstelling aan RF-EMV’s en het risico op glioom.
Deze studie bevat evenwel beperkingen. De blootstelling werd niet individueel gemeten, maar geschat op basis van de benaming van het uitgeoefende beroep, wat classificatiefouten kan teweegbrengen voor bepaalde werknemers. Het aantal deelnemers bleef bovendien vrij beperkt, wat de mogelijkheid van de studie om een zwak verband te vinden verkleint. Bovendien is er een onevenwicht waargenomen tussen de patiënten en de controle, met name op het niveau van de verdeling tussen mannen en vrouwen. De onderzoekers hebben echter belangrijke kwaliteitscriteria nageleefd: een histopathologische diagnose (dat wil zeggen door een microscopische analyse van een weefselstaal van de tumor) heeft alle glioom-gevallen bevestigd. Bovendien heeft de rekrutering ervoor gezorgd dat er een hoog deelnemersaantal was en dat er patiënten en controles waren die relatief vergelijkbaar waren qua sociaaleconomisch statuut of leefgewoonten bijvoorbeeld. De twee methoden voor de schatting van de blootstelling, die onafhankelijk van elkaar waren, hebben geleid tot gelijkaardige resultaten, hetgeen het vertrouwen versterkt in de resultaten op het niveau van de beroepsblootstelling.
Samengevat vindt deze studie geen enkel bewijs voor een verband tussen de professionele blootstelling aan RF-EMV’s en het risico op het ontwikkelen van een glioom. Het blijft dus noodzakelijk om aanvullende onderzoeken uit te voeren met metingen van de blootstelling in verschillende professionele omgevingen om die resultaten te consolideren.