Litchfield, I.
Deze studie onderzocht of de werknemers die professioneel aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV's) blootgesteld worden (personen die in de telecommunicatie- of radio-omroepsectoren in het Verenigd Koninkrijk antennes installeren, onderhouden of herstellen) meer kankers krijgen dan de rest van de bevolking. Het gaat om een eerste, nog voorlopige, analyse op basis van een nationaal register dat speciaal is opgericht om de gezondheid van die werknemers jaar na jaar te volgen.
Hiertoe hebben de onderzoekers een groep (of ‘cohort’) van 1777 werknemers (1744 mannen en 33 vrouwen) gevolgd die zich tussen 2003 en 2012 vrijwillig voor dat register hebben ingeschreven. Het aantal kankers die in deze groep in de loop der jaren is waargenomen, is vervolgens statistisch vergeleken met het aantal gevallen dat in de algemene bevolking verwacht werd, rekening houdende met de leeftijd, het geslacht en de betrokken periode.
Uit de resultaten blijkt dat, wanneer alle kankersoorten samen worden genomen, het aantal waargenomen gevallen bij deze werknemers, iets lager was dan het aantal dat verwacht wordt in de algemene bevolking. Er werd geen overmaat aan hersentumoren of leukemie vastgesteld, twee types kanker waarvan voorheen toch gesteld werd dat ze verbonden waren met RF-EMV's. Het enige statistisch significante verschil gaat om een overmaat aan huidkankers (met uitzondering van melanomen) bij de mannen. De onderzoekers concluderen hieruit dat dit resultaat erg waarschijnlijk verklaard kan worden door de blootstelling aan ultraviolette straling die verband houdt met het werk in de buitenlucht, eerder dan door de blootstelling aan RF-EMV's zelf. Ze raden de bedrijven in de sector aan de werknemers beter te beschermen tegen de zon.
Deze studie heeft verschillende belangrijke beperkingen die moeten benadrukt worden. Ten eerste gaat het om een voorlopige analyse, dat wil zeggen een eerste resultaat dat in de toekomst door diepgaandere analyses zal bevestigd moeten worden. Bovendien bestaat het register nog niet zo lang, terwijl de duur tussen de blootstelling aan een bron en het verschijnen van een kanker vaak erg lang is (meerdere tientallen jaren). Hierdoor heeft op het moment van die analyse mogelijk slechts een klein deel van de kankers de tijd gehad om zich te ontwikkelen. Bovendien is de werkelijke blootstelling aan RF-EMV's niet individueel gemeten: er werd eenvoudigweg verondersteld dat ze bij alle leden van het register aanwezig was zonder onderscheid te maken in het niveau van blootstelling volgens de uitgeoefende functies. Ten slotte is geen rekening gehouden met enkele verstorende factoren die potentieel belangrijk kunnen zijn, zoals roken, de medische en familiale voorgeschiedenis, enz. Een verstorende factor is een extern element dat de resultaten kan vervalsen door het waargenomen effect kunstmatig te vergroten of verkleinen. Die verstorende factoren gaan echter voornamelijk over risico's die verbonden zijn met andere types van kanker (zoals longkanker bij roken) die in dit geval geen enkele overmaat vertonen. Die factoren zouden de resultaten van deze studie waarschijnlijk helemaal niet beïnvloed hebben. Ze zijn daarentegen belangrijk in de follow-up van dit werk op langere termijn.
Samengevat onderstreept deze eerste studie geen enkele overmaat aan kankers bij de werknemers die blootgesteld zijn aan RF-EMV's binnen de telecommunicatie- en de radio-omroepsector. Er is slechts een resultaat dat statistisch gezien opmerkelijk is: een overmaat aan huidkankers, die waarschijnlijk eerder verband houdt met de blootstelling aan de zon dan aan de RF-EMV's zelf. Die resultaten blijven echter voorlopig en een volledigere analyse van de hele gevolgde groep, gepland tegen eind 2027, zal het mogelijk maken om die eerste bevindingen aan te scherpen.