Jangid P, Rai U, Sevak JK, Ranjan R, Singh S, Singh R.
In deze studie hebben de onderzoekers de mogelijke effecten onderzocht van de radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV’s) op Leydig-cellen. Die cellen, afkomstig van het testiculair weefsel, zijn verantwoordelijk voor de productie van testosteron, het voornaamste hormoon van de mannelijke voortplanting.
De cellen werden verdeeld in drie groepen naargelang de blootstellingsbron:
-
een groep blootgesteld aan een 4G-mobiele-telefoon (Xiaomi Note 7) in belmodus;
-
een groep blootgesteld aan een RF-EMV-generator die een frequentie van 1800 MHz (niet-gemoduleerd signaal) uitzendt;
-
een groep blootgesteld aan een RF-EMV-generator die een frequentie van 2450 MHz (niet-gemoduleerd signaal) uitzendt;
-
een schijngroep per blootstellingsomstandigheid (generator en mobiele telefoon). Die celgroepen waren geplaatst in dezelfde omstandigheden, maar zonder blootstelling aan RF-EMV's om zich ervan te vergewissen dat de eventuele waargenomen effecten wel degelijk verband hielden met de blootstelling en niet met de proefomgeving of met de manipulaties van de ratten.
De specifieke absorptiesnelheid (SAR) vertegenwoordigt de hoeveelheid energie die de cellen absorberen. Deze snelheid is voor de cellen die blootgesteld zijn aan de mobiele telefoon geschat op 0,5 W/kg. Er is geen informatie gegeven over de SAR voor de twee groepen cellen die blootgesteld zijn aan de RF-EMV’s van een generator. Voor elk van die drie groepen die blootgesteld zijn aan RF-EMV’s, werden meerdere groepen van verschillende cellen afzonderlijk blootgesteld gedurende 15, 30, 45, 60, 90 of 120 minuten.
De onderzoekers hebben vervolgens onderzocht of de blootstelling aan verschillende frequenties en tijdens verschillende termijnen de vermenigvuldiging van Leydig-cellen konden vertragen (die vermenigvuldiging is gemeten aan de hand van een DNA-analyse, wat het ‘genetisch materiaal’ van cellen is) en de cyclus van de celdeling konden veranderen. Ze hebben ook de vorm van de cellen onder een microscoop geobserveerd om te zien of de cellen in goede gezondheid bleven.
De resultaten toonden dat hoe langer de blootstelling duurde, hoe moeilijker de cellen het hadden om zich te delen. Bij de mobiele telefoon werd die daling significant na 45 minuten van blootstelling, ten opzichte van 60 minuten voor de 1800 MHz en 90 minuten voor de 2450 MHz. Het uiterlijk van de blootgestelde cellen wijzigde ook. De cellen werden ronder en lieten geleidelijk los van de bodem van de kweekbak, wat tekenen zijn voor een slechte staat van de cel. De onderzoekers concluderen dat deze resultaten potentieel significant zijn voor de mannelijke voortplantingsgezondheid, rekening houdende met de alomtegenwoordigheid van draadloze toestellen in het dagelijks leven.
Deze studie heeft enkele positieve punten. Elke meting werd drie keer herhaald om meer betrouwbare resultaten te bekomen. Er werd ook gebruik gemaakt van schijngroepen.
Er zijn daarentegen belangrijke beperkingen:
-
een van de gebruikte blootstellingsbronnen was niet geschikt voor een proefstudie. Het gebruik van een smartphone als blootstellingssysteem maakt het immers niet mogelijk om de blootstelling te controleren, want die kan tijdens de duur van een oproep variëren. De cellen konden daarenboven ongelijk blootgesteld zijn: de onderzoekers erkennen zelf dat het mogelijk is dat sommige cellen meer RF-EMV’s hebben ontvangen dan andere door hun positie ten opzichte van de mobiele telefoon;
-
er ontbrak informatie over de hoeveelheid energie van de RF-EMV’s die de cellen werkelijk geabsorbeerd hebben (SAR). De SAR-waarden waren niet vermeld voor de blootstellingen aan 1800 en 2450 MHz. Voor de mobiele telefoon was de SAR slechts een inschatting op basis van de gegevens van de fabrikant van de telefoon. Die blijft vrij onduidelijk, want de kracht van de straling van de smartphone varieert automatisch tijdens de blootstelling;
-
er werd geen gewag gemaakt van een blinde uitvoering. De onderzoekers die de resultaten hebben geanalyseerd, wisten waarschijnlijk of de cellen al dan niet blootgesteld waren aan de RF-EMV's, wat, zelfs onvrijwillig, de manier waarop de resultaten worden geïnterpreteerd, kan beïnvloeden;
-
hoewel de temperatuur in de ruimte en binnen in de incubator waar de cellen zich bevonden werd gecontroleerd, hebben de onderzoekers de temperatuur van de cellen niet rechtstreeks gemeten. Die meting is belangrijk om eventuele thermische effecten uit te sluiten.
Conclusie, de resultaten van deze studie moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden, vooral gezien de methodologische beperkingen, met name het gebruik van een ongeschikt blootstellingstoestel en het gebrek aan verduidelijking over de dosis RF-EMV waaraan de cellen werden blootgesteld. Op basis van deze studie kan niet geconcludeerd worden dat de waargenomen effecten op cellen in laboratoria overeenstemmen met een reëel risico voor de menselijke gezondheid.