Biologische effecten van de blootstelling aan 5G-gemoduleerde radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV’s) van 700 MHz op neuronale en gliacelmodellen bij isotherme omstandigheden

Building blocks

Puginier E, Leclercq L, Poulletier de Gannes F, Hurtier A, Orlacchio R, Nabos P, Tijou H, Lévêque P, Arnaud-Cormos D, Percherancier Y, Lagroye I.

Content

In deze studie wilden de onderzoekers weten of radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV's) van 700 MHz, die volgens een reëel 5G-signaal gemoduleerd zijn, de werking en de gezondheid van cellen van het centraal zenuwstelsel konden wijzigen zonder opwarming te veroorzaken. Het doel was na te gaan of de blootstelling aan RF-EMV's, met niveaus van specifieke absorptiesnelheid (SAR: de hoeveelheid radiofrequente energie die cellen absorberen) van 0,08 en 4 W/kg onmiddellijke of vertraagde celschade veroorzaakten.

Content

De studie werd in vitro uitgevoerd, dat wil zeggen tijdens laboratoriumtests op geïsoleerde cellen. Er werden twee celtypes gebruikt: astrocyten van ratten (ondersteunende en verdedigende cellen in de hersenen) en menselijke zenuwcellen, een model dat meestal gebruikt wordt om zenuwcellen te bestuderen. De cellen werden in verschillende experimentele groepen verdeeld: 

  • een schijncontrolegroep geplaatst in dezelfde omstandigheden, maar zonder blootstelling aan RF-EMV's om te garanderen dat de eventuele waargenomen effecten wel degelijk verband hielden met de blootstelling en niet met de proefomgeving of met de manipulaties van de cellen;

  • een groep blootgesteld aan RF-EMV's van 0,08 W/kg; 

  • een groep blootgesteld aan RF-EMV's van 4 W/kg;

  • een positievecontrolegroep, blootgesteld aan zuurstofwater, een stof waarvan bekend is dat het cellulaire stress veroorzaakt, om na te gaan dat de cellen reageren zoals verwacht en dat de meetmethodes wel degelijk in staat zijn een effect op te sporen als het werkelijk bestaat.

Elke aan RF-EMV’s blootgestelde groep is tijdens twee blootstellingsperiodes getest: 1 uur en 24 uur.

 

Om de staat van de cellen na de blootstelling te beoordelen, hebben de onderzoekers verschillende biologische markers gemeten: de cellulaire levensvatbaarheid (de verhouding van cellen die de blootstelling overleven), de apoptose (het mechanisme waarbij een te beschadigde cel zichzelf vernietigt om het organisme te beschermen), de oxidatieve stress (productie van vrije radicalen die schade kunnen toebrengen aan de cellen), de gezondheid van de mitochondriën (de structuren die de energie produceren die noodzakelijk is voor de celwerking) en de proliferatie, dat wil zeggen het vermogen van cellen om zich normaal te vermenigvuldigen. De analyses zijn meteen na de blootstelling verricht en na ten laatste 24 uur om eventuele vertraagde effecten op te sporen.

Onder de geteste omstandigheden werd geen enkel significant verschil tussen de aan RF-EMV’s blootgestelde cellen en de schijngroep vastgesteld, ongeacht de SAR, de duur van de blootstelling of het moment van de meting. De cellen zijn in goede gezondheid gebleven, er was geen toename van de oxidatieve stress, apoptose of wijziging van de proliferatie bij de twee geteste celtypes.

Deze studie heeft verschillende belangrijke kwaliteitscriteria geïntegreerd. Naast de schijngroep hebben de onderzoekers ook gebruik gemaakt van een positieve controle. Ze hebben ook de temperatuur tijdens het hele experiment in de gaten gehouden en gecompenseerd om ervoor te zorgen dat de cellen onder de dezelfde temperatuuromstandigheden bleven. Dit is onontbeerlijk om enkel de niet-thermische effecten van RF-EMV's te kunnen bestuderen. De dosimetrie is berekend en gevalideerd, zowel door proefnemingen als door digitale simulatie om exact te weten hoeveel energie de cellen absorberen, waardoor een goed gecontroleerde en homogene blootstelling wordt gewaarborgd. De analyses zijn ten slotte blind uitgevoerd, wat elke beïnvloeding, zelfs onbedoeld, van de interpretatie van de resultaten vermijdt.

Er moet echter rekening worden gehouden met bepaalde beperkingen. De studie betreft enkel twee blootstellingsperiodes (1 uur en 24 uur) en weerspiegelt dus geen chronische blootstelling gespreid over meerdere weken of maanden. Het gebruikte model steunt op geïsoleerde celculturen, wat de complexiteit van de interacties tussen neuronen en andere cellen, zoals die bestaan in levende hersenen, niet reproduceert. De onderzoekers benadrukken ten slotte dat het nuttig zou zijn om meer doorgedreven analysemethodes te gebruiken, bijvoorbeeld technieken die de activiteit van duizenden genen tegelijkertijd kunnen onderzoeken, om wijzigingen op te sporen die niet aan het licht zouden gebracht zijn met de in dit werk gebruikte methodes.

Deze studie heeft geen enkel effect aan het licht gebracht van de blootstelling aan 5G-RF-EMV’s (700 MHz) op de levensvatbaarheid, de proliferatie, de geprogrammeerde celdood of de oxidatieve stress bij de geteste proefomstandigheden. Die resultaten bevestigen diegene van andere studies die ook geen effect (onmiddellijk of uitgesteld) hebben vastgesteld in gecontroleerde blootstellingsomstandigheden. De studie maakt het op zich echter niet mogelijk om algemene conclusies te trekken over de langetermijneffecten van RF-EMV's van 700 MHz op de menselijke gezondheid. Zoals de onderzoekers zelf benadrukken blijven aanvullende onderzoeken noodzakelijk.