Prenatale blootstelling aan radiofrequente straling van 3,5 GHz en histomorfometrie van de huid op lange termijn: een experimentele studie van 18 maanden op ratten

Building blocks

Content

Om de mogelijke effecten van de blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) op de huid te beoordelen, hebben de onderzoekers tests in laboratoria op twee groepen vanzwangere ratten uitgevoerd. 

Een groep van 5 ratten werd gedurende de volledige zwangerschap (+/- 20 dagen) 2 uur per dag blootgesteld aan RF-EMV (3,5 GHz). Een tweede groep van 5 ratten werd onder dezelfde omstandigheden (dezelfde kooien, dezelfde ruimte, enz.) geplaatst, maar met een uitgeschakelde RF-EMV-generator. Dit noemt men een schijngroep. De onderzoekers hebben de specifieke absorptiesnelheid (SAR) ter hoogte van de baarmoeder berekend om de blootstelling van de rattenjongen in utero te schatten. De SAR geeft de hoeveelheid radiofrequente energie weer die het lichaam in het algemeen of door een specifiek orgaan absorbeert tijdens de blootstelling aan RF-EMV. Dankzij de blootstellingsvoorwaarden die de onderzoekers gebruikt hebben, kon een SAR worden bereikt die gepast is voor dit type studie.

Content

Na de geboorte werden 10 vrouwelijke rattenjongen (5 blootgesteld in utero + 5 uit de schijngroep) willekeurig gekozen uit alle rattenjongen. Die 10 rattenjongen werden tot hun 18 maanden grootgebracht zonder blootstelling aan RF-EMV om de effecten te bestuderen die strikt verbonden zijn met de prenatale blootstelling.

De onderzoekers hebben vervolgens de huid van de rattenjongen onder de microscoop geanalyseerd: de dikte, de aanwezigheid van vet, de verhouding van de epidermis (huidlaag die zorgt voor de elasticiteit en de weerstand ervan). Er werd geen enkel verschil waargenomen tussen de blootgestelde en de schijngroepen. 

Er zijn verschillende belangrijke kwaliteitscriteria nageleefd bij de uitvoering van deze studie: temperatuurcontrole, SAR-berekening, schijngroep. De onderzoekers hebben overigens de beperkingen van hun studie aangegeven. De prenatale blootstelling aan RF-EMV is niet vergelijkbaar met de blootstelling uit het dagelijks leven, want in de omgeving zijn er andere bronnen aanwezig. De studie is op een klein aantal (10) dieren uitgevoerd en enkel op vrouwelijke dieren. Hun analyses hebben zich beperkt tot de huidstructuur en hebben niet de werking ervan of de moleculen waaruit de huid bestaat onderzocht. Ten slotte had de blinde uitvoering van de experimenten de kwaliteit van de studie kunnen verbeteren en het risico van bias van de onderzoeker kunnen beperken. Die laatste kan een invloed, zelfs onbedoeld, gehad hebben op de resultaten wanneer de status (blootgestelde/schijngroep) van de groep gekend is.

Onder de voorwaarden van deze studie lijkt de blootstelling aan RF-EMV geen effect te hebben op de structuur van de huid. Er zijn echter andere studies nodig om deze resultaten te bevestigen en meer in detail de mogelijke effecten op biologisch niveau te onderzoeken.